Pasen

Pasen

Op Pasen herdenkt en viert de katholieke kerk de wederopstanding van Jezus. De oorsprong van dit feest ligt echter niet alleen in het christendom. Zo herdenkt de joodse gemeenschap met dit feest de tocht naar het Beloofde Land onder leiding van Mozes, na vierhonderd jaar slavernij in Egypte. Anderzijds heeft Pasen ook niet-religieuze wortels, omdat met dit feest ook de terugkeer van de lente gevierd werd.

Omdat Pasen op de eerste zondag na de eerste volle maan van de lente gevierd wordt, valt het feest ieder jaar op een andere datum. Die ligt telkens tussen 22 maart en 25 april. Andere feestdagen zoals Hemelvaart en Pinksteren worden bepaald door de paasdatum en veranderen dus ieder jaar mee.

Veertigdagentijd

Pasen wordt voorafgegaan door de veertigdagentijd, een periode waarin gelovigen vasten. De laatste week van de vastenperiode wordt de Goede Week genoemd. Tijdens deze week staan het lijden en de dood van Christus centraal. De Goede Week start met Palmzondag (zondag voor Pasen). Dat is de dag waarop Jezus zijn intrede in Jeruzalem deed. Op Witte Donderdag wordt het laatste avondmaal van Jezus en de apostelen herdacht en wordt Jezus door Judas verraden. Op Goede Vrijdag stierf Christus aan het kruis. Christenen hebben nu nog steeds de gewoonte om op deze dag geen vlees te eten. Paaszaterdag of Stille Zaterdag is een dag van stilte tussen dood en opstanding. Op deze dag wordt de paaswake gehouden. Dat is een avondmis waarbij men de paaskaars aansteekt en die tevens ook het einde van de Goede Week betekent.

Paasklokken

Om ervoor te zorgen dat kinderen op Paaszondag chocolade-eitjes kunnen rapen, vertrekken alle kerkklokken op Witte Donderdag naar Rome om er een voorraad eitjes in te slaan. Tijdens de Paasnacht worden de eieren gedropt in de huizen en tuinen, klaar om een dag later opgeraapt te worden. Vroeger werden gewone eieren in de akkers begraven, omdat gedacht werd dat zo de grond vruchtbaar zou worden. Hieruit vloeide dan het idee voort om een put te graven in de akker, waarin de eieren door de klokken konden worden gelegd. Vandaag is deze gewoonte echter al lang vergeten en worden de eieren gewoon in de tuin rondgestrooid. Jongeren associëren paaseieren nu vaak alleen nog met chocolade en zijn de ware betekenis achter dit christelijke feest vergeten.

Paashaas

De tegenhanger van de katholieke paasklokken is de protestantse paashaas. Binnen het heidendom staat de haas symbool voor vruchtbaarheid. In het verleden dacht men dat de haas voordien een vogel was en eieren kon leggen. Kinderen gingen dan op zoek naar deze eieren. Verder kan de paashaas ook met het pachten verbonden worden. Boeren moesten hun heer rond Pasen jaarlijks betalen voor de grond die zij bewerkten en deden dat onder andere met eieren en hazen. De laatste jaren duikt ook het paaskonijn meer en meer op. Vroeger kende men het konijn niet. Het is dan ook logisch dat het dier niet met Pasen geassocieerd werd.

Paaseieren

Voor kinderen hangt Pasen natuurlijk onlosmakelijk samen met paaseieren rapen. Het ei symboliseert al eeuwenlang vruchtbaarheid en staat zo symbool voor het nieuwe leven dat in de lente terug opbloeit. Paaseieren zoeken is dus eigenlijk een magisch gebruik, waarmee men de levenskracht van de lente wilde opwekken. Verder is er ook een verband tussen de eieren en de vasten: tijdens de vasten mochten er geen eieren gegeten worden en op Pasen mocht dat voor het eerst wel weer. Ook eieren kleuren of beschilderen is een eeuwenoud gebruik dat in vele culturen voorkomt. Vroeger dacht men namelijk dat men zo de kracht in het ei kon activeren.

Paasboom

In heel wat huizen is rond de paastijd een paasboom terug te vinden. Dat zijn takken van de forsythia of de krulhazelaar die versierd worden met linten en gekleurde eieren, die ook weer staan voor de dubbele levenssymboliek. De paasboom is afkomstig van Zuid-Duitsland en Oostenrijk, waar hij levensgroot was en met dwarslatten werd beslaan. Nadien werd hij ook versierd met eieren en linten.

Paasbest

Over iemand die zich piekfijn uitgedost heeft, wordt nog vandaag de dag nog steeds gezegd dat hij of zij op z’n paasbest is. Met deze uitdrukking wordt verwezen naar het feit dat op Pasen iedereen zijn beste kleren aantrok. Men wachtte toen namelijk op het begin van de lente om nieuwe kleren te gaan dragen. Nu schaffen mensen zich nieuwe kleren aan wanneer ze dat willen en is de link tussen de uitdrukking en het feest dus verloren gegaan.

LITERATUUR

Bock, E., De jaarfeesten als kringloop door het jaar: Advent, Kerstmis, Driekoningen, Lijdenstijd, Pasen, Hemelvaart, Pinksteren, Johannes- en Michaelstijd, Christofoor, Zeist, 1990.

Indesteege, L., 'Paasbomen', in: Limburgs Volkskundig Genootschap, Lapjesproef voor drie zussen, Concentra Media nv, Hasselt, 2004, p. 195-196.

Indesteege, L., 'Paaseieren', in: Limburgs Volkskundig Genootschap, Lapjesproef voor drie zussen, Concentra Media nv, Hasselt, 2004, p. 197-198.

Lauvrijs, B., Een jaar vol feesten. Oosprong, geschiedenis en gebruiken van de belangrijkste jaarfeesten, Standaard Uitgeverij, Antwerpen, 2004, p. 123-168.

Steenbergen, F. van, Het landschap van het Rijk Gods: van Aswoensdag tot Pinksteren, Halewijn, Antwerpen, 2010.

Veer, J. van der, 'Eieren eten en naar de paasklokken luisteren', Traditie. Tijdschrift over allaedaagse dingen, tradities en rituelen 11 (2005), 1, p. 26-31.