Paaseieren rapen

Paaseieren rapen

Hoewel Pasen een viering is die haar wortels voor een groot deel in het christendom heeft, kijken ook niet-christenen al lang van tevoren naar het feest uit. Pasen heeft namelijk niet alleen met de wederopstanding van Jezus te maken, maar wordt ook en tegenwoordig zelfs vooral met paaseieren rapen geassocieerd - en dus met chocolade smullen! Die eieren raken natuurlijk niet zomaar in je huis of tuin verstopt. De traditie wil dat ze op een heel bijzondere manier tot bij jou gebracht worden: op Pasen zijn zowel de paasklokken als de paashaas de gulle gevers van dienst.

Om te begrijpen waar de oorsprong van deze gebruiken ligt, moeten we eerst even stilstaan bij de geschiedenis en de betekenis van Pasen, want die zijn door de eeuwen heen veranderd. De paasviering mag dan wel stevig verankerd zijn in het Christendom, ze is ook meer dan dat. Pasen is namelijk verwant met Pesach, het paasfeest waarop joden de uittocht uit Egypte herdenken. Het verhaal over de joodse gemeenschap die na 400 jaar slavernij onder leiding van Mozes naar het beloofde land trok, is terug te vinden in het Oude Testament. Door de dood van Jezus op het kruis kreeg Pasen voor de vroege christenen een andere invulling: zij herdenken op Pasen Zijn verrijzenis. In se schuilt hierin dezelfde boodschap als in het exodusverhaal: na een offer ter vergeving van de zonden schenkt God genade. Het heeft tot de vierde eeuw na Chr. geduurd vooraleer de data van Pasen en Pesach voorgoed van elkaar losgekoppeld werden.
Naast Pesach heeft Pasen nog andere wortels: de viering refereert namelijk ook aan de komst van een nieuwe lente. Op het Concilie van Nicea in 325 na Chr. werden de data van Pasen en Pesach voorgoed van elkaar losgekoppeld door vast te leggen dat Pasen op de eerste zondag na de eerste volle maan op of na 21 maart gevierd wordt. Het feest valt daardoor ieder jaar op een andere datum tussen 22 maart en 25 april, of dus vlak nadat de lente begonnen is. Aan de paasviering gaat voor gelovigen een periode van vasten vooraf, die in het teken van bezinning en inkeer staat en op Aswoensdag. Tussen Aswoensdag en Pasen zitten exact 40 dagen en in deze periode proberen gelovigen zich aan het voorschrift te houden om sober te leven.

Sober leven houdt natuurlijk ook sober eten in en vanaf de 7de-8ste eeuw was het verboden om tijdens de vasten het vlees en de producten (zoals melk, boter en dus ook eieren) van warmbloedige dieren te eten. Eieren werden gedurende deze periode bewaard en daardoor waren er met Pasen grote hoeveelheden beschikbaar voor snelle consumptie. Daarnaast werden ze ook voor anderen doeleinden aangewend. Van oudsher zijn eieren een symbool van de herleving van de natuur en dus van vruchtbaarheid. Om de grond te voeden en de groei van gewassen te bevorderen, vermengden boeren daarom eierschalen door de bodem. Daarnaast werden ook eieren beschilderd en versierd met allerhande levens- en beschermingstekens, om ze vervolgens te begraven. Het zoeken naar die verstopte eieren werd zo een daad waarmee men de levenskracht van de lente wilde opwekken.

In de loop der eeuwen raakte het eierenrapen ook verweven met de christelijke paasviering. Daarbij werd handig ingespeeld op de kerkelijke gebruiken rond Pasen. Tussen het Gloria op Witte Donderdag, de dag waarop Jezus en zijn apostelen het laatste Avondmaal nemen, en paaszondag, de dag waarop Hij verrijst, luiden de kerkklokken namelijk niet. Het verhaal gaat dat ze op dat moment namelijk allemaal naar Rome trekken, om er een lading paaseieren op te halen. Op paaszaterdag keren de klokken terug en lossen ze hun eieren boven huizen en tuinen.

De paaseierenbedeling is echter niet exclusief het terrein van de paasklokken. Zij hebben immers een flinke concurrent aan de paashaas, die met een mandje vol eieren op zijn rug op Pasen eveneens de ronde doet om kinderen van chocolade te voorzien. Voor de link tussen de haas en paaseieren zijn verschillende verklaringen terug te vinden, maar voor geen enkele daarvan kon tot nog toe voldoende bewijzen verzameld worden. Eén ervan put in ieder geval uit de mythologie en bestempelt de haas als een symbool van vruchtbaarheid en zinnenprikkeling. Volgens de mythe zou de haas zou namelijk het gezelschapsdier van de godin Ostara geweest zijn, het Germaanse evenbeeld van Aphrodite en Venus. In werkelijkheid heeft er echter nooit een godin Ostara bestaan. Het Indogermaans kende wel het woord eostro, dat morgenrood of begin van de dag betekent. Het Engelse woord Easter en het Duitse Ostern zijn daarvan afgeleid en betekenen Pasen.

Aan het eierenrapen kwamen lange tijd alleen kippeneieren te pas, want chocolade was veel te duur. De chocolade-eieren die nu op Pasen gebracht worden, doken pas in de loop van de 20ste eeuw op. Die ontwikkeling ging gepaard met de vervreemding en verburgerlijking van stadskinderen, die niet meer weten waar eieren vandaan komen. Als parallelfiguur van de ooievaar die kinderen brengt, is zo de paashaas ontstaan. Het eerste land waar deze ontwikkeling zich voltrok, is Duitsland. Enkele jaren na de Tweede Wereldoorlog verscheen de paashaas ook bij ons op het toneel en na verloop van tijd slaagde hij er in het monopolie van de paasklokken te doorbreken.