Nieuwjaarsbrieven

Nieuwjaarsbrieven

Het voorlezen van nieuwjaarsbrieven op 1 januari is ongetwijfeld het bekendste nieuwjaarsgebruik in Vlaanderen. Die gewoonte gaat bovendien al eeuwen terug. Zo zijn er brieven bewaard van de uitgeversfamilie Plantijn-Moretus uit het einde van de 16de eeuw. De jongens schreven gedichten in het Latijn en werden daarvoor beloond met boeken. Nieuwjaarsbrieven waren in die tijd geen wijdverspreid fenomeen en kwamen slechts voor bij gezinnen uit de rijke burgerij. In de loop van de 18de eeuw drong het schrijven van nieuwjaarsbrieven door in de scholen, waardoor de traditie stilaan meer ingeburgerd raakte. Toch kunnen we nog niet spreken van een grote doorbraak. Door sociale omstandigheden gingen heel wat kinderen immers niet naar school. Dat veranderende aan het einde van de negentiende eeuw, maar vooral door de invoering van de algemene leerplicht in 1914. In die periode steeg de populariteit van nieuwjaarsbrieven aanzienlijk en werd het gebruik verspreid onder alle lagen van de bevolking. Ook in Nederland werden nieuwjaarsbrieven op school geschreven, maar daar verdwenen ze na de Tweede Wereldoorlog.

Aanvankelijk waren de brieven mooie bladen met vergulde of zilveren randen. De leerkracht schreef de aanhef doorgaans zelf, in sierlijke letters. De kinderen moesten daarna foutloos de rest van de tekst overpennen in schoonschrift. Vaak gingen daar ettelijke kalligrafielessen aan vooraf. Niet alleen het schrijven, ook de inhoud van de brief was vaak een hele uitdaging. De zelfgeschreven wensen waren meestal lang en in moeilijke woorden geformuleerd. In iedere brief bedankte het kind de volwassenen voor de goede zorgen, wenste het hen het allerbeste toe voor het nieuwe jaar en beloofde het om volgend jaar nog beter zijn best te doen op school. Een typische zin uit een brief van rond de eeuwwisseling ging bijvoorbeeld als volgt: ‘Nu ook ben ik hier weer om u mijn gelukwensen aan te bieden, om u te verzekeren dat mijn liefde niet verzwakt en dat ik immer trouw wil blijven aan de goede voornemens, die ik reeds zo menigmaal heb gevormd.’ Voor de kinderen was het geen sinecure om dergelijke brieven voor te lezen.

Na de Tweede Wereldoorlog werden de nieuwjaarsbrieven meer afgestemd op de leefwereld van het kind. Het besef groeide dat kinderen het moeilijke vocabularium en de lange volzinnen niet altijd even goed begrepen. De wensen werden korter en makkelijker van taal. Ook werd er meer gebruik gemaakt van rijm, zeker bij de jongste kinderen. In de jaren 1960 klonk een typische nieuwjaarswens als volgt: ‘Liefste ouders, ‘k Wist het wel dat alle mensen U vandaag weer Nieuwjaar wensen. En ik dacht, er moet van mij ook dan maar een woordje bij.’ Ook de vorm van de brieven veranderde grondig in die periode. Nieuwjaarsbrieven werden steeds vaker commercieel geproduceerd, waardoor de afbeeldingen kinderlijker werden. De katholieke symbolen zoals een afbeelding van het Heilig Hart, Jezus, Maria of de Heilige Antonius ruimden vanaf de jaren 1960 steeds vaker plaats voor wintertaferelen. Uitgever Ben Roggeman uit Schellebelle speelde daarbij bij een belangrijke rol. In 1960 bracht hij het boek ‘De honderd nieuwjaarsbrieven voor kinderen van de lagere school’ uit waarin hij meer dan één lans brak voor de vernieuwing van de nieuwjaarsbrief. De hedendaagse brieven worden voornamelijk uitgegeven bij Abimo Uitgeverij en Bvba Beuselinck.

Vandaag wordt de nieuwjaarsbrief, meestal in versvorm, op school geschreven en ingestudeerd. Op Nieuwjaar wordt de brief door kinderen jonger dan twaalf jaar aan de ouders, de grootouders, de (doop)meter en de (doop)peter voorgelezen. Niet alle scholen kiezen nog voor een traditionele brief. Zo worden de wensen soms geschreven op een creatief bewerkte T-shirt, een puzzel of zelfs vers gebakken koekjes. Nadat de brief is voorgedragen, wordt er geapplaudisseerd en krijgt het kind een kleine beloning zoals een cadeautje of geld. Dikwijls wordt er ook al lachend gezegd: “Liefste meter/peter, hoe meer je me geeft, hoe beter!” 

Literatuur

Onze bijzondere dank gaat uit naar Nelly Haelterman, die over de jaren meer dan 8000 nieuwjaarsbrieven verzamelde waarvan er ene paar op deze site te zien zijn. Voor meer voorbeelden van nieuwjaarsbrieven verwijzen we graag naar haar website www.nieuwjaarsbrieven.be.

Bary, A., Met mijn armpjes open kom ik aangelopen. Een diachronisch en synchronisch volkskundige studie van de nieuwjaarsbrief, Onuitgegeven Licenciaatsverhandeling, Leuven, 1991.

Jacobs, M & Schoefs, H., ‘Wensen en present-eren. Een kleine cultuurgeschiedenis van de nieuwjaarsbrief’, in F. Adam, e.a., Met mijn armpjes open, Cultuurcel Canon, Brussel, 2004, p.20-35.