Kerst

Kerst

Kerst is een christelijk feest, waarmee de geboorte van Jezus Christus wordt herdacht. Dat gebeurt zowel op Kerstavond (24 december) als op Kerstdag (25 december). Uit bronnen blijkt dat Kerstmis al sinds de vierde eeuw gevierd wordt. Het was Romeins keizer Constantijn De Grote die in dezelfde eeuw besliste om de viering op 25 december vast te leggen.

Tegenwoordig wordt kerst niet langer uitsluitend als een religieus feest gevierd. Voor veel mensen is de sociale betekenis van de viering het belangrijkst. Kerst is namelijk een van de feesten die bij uitstek in familiale kring gevierd worden.

Aan het vieren van Kerst zijn hoe dan ook veel gebruiken verbonden. Die kunnen niet alleen verschillen van land tot land, maar zelfs per familie anders ingevuld kunnen worden. In wat volgt wordt een aantal van die gebruiken verder toegelicht.

Twee Bijbelse verhalen

Het verhaal over de geboorte van Jezus is terug te vinden in het Nieuwe Testament, en meer bepaald in het Evangelie volgens Lucas (1:26-38 en 2:1-21). Ook het Evangelie volgens Matheus bevat verwijzingen naar de geboorte van Jezus, en hoe die aangekondigd werd. Niet alle details die nu het kerstverhaal kenmerken, worden echter in de Bijbel vermeld.

Het kerstverhaal kan eigenlijk niet los gezien worden van een ander verhaal, namelijk dat over de onbevlekte ontvangenis. In dat verhaal staat Maria uit Nazareth (Galilea) centraal. Zij was samen met Jozef, een afstammeling van David (de tweede koning van Israël). De afkomst van Jozef is belangrijk, omdat in het Oude Testament wordt beloofd dat de Messias uit het geslacht van David zou komen. Jozef zelf werkte als timmerman en Maria en hij waren van plan om te trouwen. Op een dag verscheen de engel Gabriël aan de maagd Maria. Hij kondigde aan dat zij de zoon van God ter wereld zou brengen. Het kindje zou bovendien naar de naam Jezus luisteren. Maria antwoordde dat zij als ongetrouwde vrouw nog geen gemeenschap had gehad en dus niet zwanger kon zijn. De engel vertelde haar dat de Heilige Geest over haar zou neerdalen en droeg haar op te wachten. Maria gaf aan dat zij de wens van God wilde vervullen en kort daarna bleek zij een kind te verwachten. Het Evangelie volgens Matheus vermeldt dat kort daarna ook Jozef door een engel bezocht werd. De taak van deze engel was Jozef overtuigen om alsnog met Maria te trouwen.

Het kerstverhaal zelf begint met de reis van Maria en Jozef naar Betlehem, een klein dorp niet ver van Jeruzalem. Maria was op dat moment hoogzwanger. De reden voor hun tocht was de volkstelling die koning Augustus geboden had. Iedere man was daardoor verplicht zichzelf en zijn gezin te laten registreren in de gemeente waar hij was geboren. Maria en Jozef kwamen pas ’s avonds laat op hun bestemming aan en gingen op zoek naar een plek om te overnachten. Omdat er voor hen nergens een plek beschikbaar was, namen ze uiteindelijk hun toevlucht tot een stal. Daar bracht Maria om middernacht Jezus ter wereld, die zij in doeken wikkelde en in de kribbe legde.

Niet ver van de stal hielden herders de wacht bij hun kudde. Zij kregen midden in de nacht het bezoek van een engel. Deze engel vertelde hen dat de Messias geboren was en dat zij een pasgeboren kind, dat in doeken gewikkeld was, zouden vinden in een kribbe. De herders besloten vervolgens om naar Betlehem te trekken om te zien wat er gebeurd was. Onderweg kwamen zij bij de stal, waar zij Jozef, Maria en het kindje vonden. Zij vertelden hen wat de engel verkondigd had en prezen God. Maria dacht terug aan wat engel Gabriël haar verteld had, maar sprak niet. Op de achtste dag werd haar pasgeboren zoon besneden en gaf zij hem de naam Jezus.

De kerstperiode

Jezus werd om middernacht geboren in de nacht van 24 op 25 december. Zijn geboorte wordt zowel gevierd op de avond die aan zijn geboorte vooraf gaat (Kerstavond) als op de dag die op zijn geboorte volgt (Kerstdag). De hele kerstperiode duurt evenwel veel langer dan dat. Aan Kerst gaat immers een voorbereidingsperiode van 4 weken vooraf: de advent. De advent begint telkens tussen 27 november en 3 december (op de zondag het dichtst bij 30 november, de feestdag van Sint-Andreas) en eindigt op 24 december bij het laatavondgebed. De advent telt altijd 4 zondagen en op elk van die zondagen wordt een nieuwe kaars van de adventskrans ontstoken.

Op Kerstdag zelf breekt een periode van 8 dagen aan, die het kerstoctaaf wordt genoemd. Het kerstoctaaf eindigt op 1 januari. Die dag wordt als een mariale feestdag wordt beschouwd. Het is ook de dag waarop Jezus besneden werd en zijn naam kreeg. Tijdens het kerstoctaaf worden een aantal kerkelijke feestdagen gevierd. Zo wordt 26 december tweede kerstdag genoemd. Het is tevens de feestdag van Sint-Stefanus, patroon van de steen- en marmerhouwers en de eerste martelaar. 27 december is dan weer de naamdag van de Heilige Johannes, één van de 4 evangelisten. Op 28 december wordt de Dag van de onschuldige kinderen gevierd. Toen Herodes, die vazalkoning over Judea was toen Jezus geboren werd, van de 3 koningen vernam dat er een nieuwe koning geboren was, voelde hij zich bedreigd. Daarop beval hij alle jongens uit Betlehem die jonger dan 2 jaar waren, te vermoorden. Om te ontsnappen aan deze kindermoord, vluchtten Jozef en Maria met Jezus naar Egypte.

Kerstboom

Veel mensen halen tijdens de kerstperiode een kerstboom in huis. De oorsprong van dat gebruik is in de loop der tijd op verschillende manieren verklaard. Toch is voor tal van verklaringen geen historisch bewijs te vinden. Het enige waarover zekerheid bestaat is dat er in Scandinavische landen tegen het eind van de 16de eeuw kerstbomen geplaatst werden. In de daarop volgende eeuwen raakte het gebruik ook langzaam elders ingeburgerd. Aan het begin van de 17 de eeuw was het gebruik bijvoorbeeld ook al in Duitsland gekend: een bron vermeldt namelijk dat in 1605 een versierde kerstboom in de Elzas stond. Vanaf 1840 duikt de kerstboom ook op in Frankrijk, en daarna algemeen in West- en Zuid-Europa. Halverwege de 19de eeuw is hij voor het eerst ook in Nederland te vinden. Dat dat vroeger is dan in België, zouden de Nederlanders te danken hebben aan Duitse immigranten en de aanwezigheid van Duitse prinsen en prinsessen binnen het huis van Oranje. In Vlaanderen werd het zetten van een kerstboom pas in de 20ste eeuw gebruikelijk, eerst in de steden en na Wereldoorlog I ook in de dorpen.

Kerstversiering

Tijdens de kerstperiode brengen heel wat mensen kerstversiering aan in en rond hun huis. Zo is het onder meer gebruikelijk om een kerstkrans aan de voordeur te hangen, sneeuwpatronen op de ramen te spuiten, slingers op te hangen enzovoort. Een typisch fenomeen van de voorbije jaren zijn de kerstmanpoppen die aan de gevel bengelen. Tegenwoordig is het aanbod aan kerstversiering gigantisch en bestaan er kerstdecoraties in alle maten en vormen. Toch blijven kerstballen en kerstlichtjes de meest typische versieringen. Hieronder lees je waar beide versiertradities hun oorsprong vonden.

Kerstballen

Als mensen een kerstboom zetten, is het ook gebruikelijk om die te versieren. Aanvankelijk werden daarvoor vergulde appels, noten, koekjes en papieren bloemen gebruikt. Later kwamen daar kerstballen voor in de plaats. Net als de kerstboom zelf is de kerstbal overgewaaid uit Duitsland. Tijdens de eerste helft van de negentiende eeuw brachten glasblazers uit Lauscha (in Thüringen) daar namelijk voor het eerst glazen ornamenten op de markt, die bedoeld waren om een kerstboom mee op te tuigen. Het aanbod groeide snel, want door de grote onderlinge concurrentie gingen de glasblazers steeds op zoek naar nieuwe vormen. De eerste vermelding van de glazen kerstversieringen dateert uit 1848. In de catalogus van glasmeester Gundelach staan dan onder meer ‘zes dozijn kerstballen’ in drie verschillende groottes. De kerstballen werden binnenin belegd met lood of zink, zodat ze nog meer glansden. Dankzij nieuwe technieken en de komst van gas slaagden glasblazers er bovendien in om tegen 1870 al kerstballen op grotere schaal te produceren. Vanaf het eind van de negentiende eeuw gingen de glasbedrijven uit Lauscha ook honderdduizenden ornamenten naar het buitenland exporteren. In 1880 zag ook supermarktketen Woolworth uit de Verenigde Staten het potentieel van de glazen kerstversieringen in en ging zij die via haar 1000 filialen over het hele land verspreiden. Een bijzondere glazen kerstornament is de piek, een spitse versiering die bovenop de boom geplaatst wordt. Sinds de jaren 1950 wordt kerstversiering steeds vaker in kunststof vervaardigd, al zijn glazen kerstballen ook nu nog populair.

Kerstverlichting

Een andere kerstversiering die nooit ontbreekt, zijn de kerstlichtjes. Aanvankelijk werden kerstbomen verlicht met kaarsjes. Het gaat opnieuw om een gebruik dat uit Duitsland overgenomen werd, waar kerstbomen sinds de 17de eeuw verlicht worden. Daarvoor werden kaarsjes in houdertjes geplaatst, die op hun beurt aan de takken van de kerstboom werden vastgemaakt. Vervolgens werden de kaarsjes ontstoken. Voorzichtigheid was natuurlijk geboden, want het brandgevaar was enorm groot.
De eerste elektrisch verlichte kerstboom was in 1882 een feit, amper drie jaar nadat Thomas Alva Edison de gloeilamp uitgevonden had. Het was Edward Hibberd Johnson, die op dat moment aan het hoofd stond van de Edison Electric Light Company in New York, die de toepassing bedacht en een kerstboom met 80 witte, rode en blauwe elektrische lampjes in zijn huis zette. New Yorkse journalisten zagen in de eerste verlichte kerstboom niks meer dan een pr-stunt en besteedden dan ook geen aandacht aan het feit. Een krant uit Detroit stuurde wel een journalist naar New York om over de elektrisch verlichte kerstboom te schrijven.
Wat Johnson gedaan had, was technisch erg ingewikkeld. Het duurde dan ook nog tot 1890 voor de elektrische kerstboomverlichting op de markt werd gebracht. In 1895, onder het bewind van president Glover Cleveland, stond voor het eerst een elektrisch verlichte kerstboom in het Witte Huis. Aanvankelijk konden alleen rijke mensen het zich permitteren om hun kerstboom elektrisch te verlichten. Pas vanaf de jaren 1930 werd het ook voor anderen mogelijk om kerstlampjes in hun boom te hangen.
Tegenwoordig hebben kerstlichtjes veel meer toepassingen dan enkel in de kerstboom. Zo zijn er mensen die met behulp van lampjes hele kersttaferelen vormgeven in hun tuin of straat. In sommige gemeenten wordt intussen ook een wedstrijd uitgeschreven voor de mooist versierde gevel of tuin.

Maretak

Op kerstmarkten en in sommige bloemenwinkels worden in december maretakken verkocht. Die worden dan met behulp van een lint aan een deur of plafond opgehangen. Het gaat om een gebruik dat overgenomen werd uit Groot-Brittannië en Amerika, waar de maretak of mistletoe symbool staat voor liefde en een lang en gelukkig leven. Als twee mensen zich plots samen onder de maretak bevinden, moeten ze elkaar kussen. Op die manier wordt ongeluk afgewend.

Kerststal

Onder of naast een kerstboom kunnen gelovigen een kerststal plaatsen. Die verwijst uiteraard naar de plek waar Jezus ter wereld werd gebracht. Volgens de overlevering kwamen Jozef en Maria in de stal terecht omdat er geen plaats voor hen was in de herberg. Historisch gezien is het echter niet erg waarschijnlijk dat er rond het begin van de jaartelling in Betlehem herbergen waren, zoals we die vandaag de dag kennen. Betlehem was namelijk een vrij klein stadje, waar geen of weinig handel gedreven werd. Bovendien was het veel grotere handelscentrum Jeruzalem dichtbij. Een originele Oud-Griekse versie van het Evangelie volgens Lucas vermeldt een rustplaats in plaats van een herberg. Die waren namelijk veel gebruikelijker in die periode. Dergelijke rustplaatsen lagen vaak net buiten de stad in de buurt van een waterbron en waren soms ook overdekt. Mannen en vrouwen die onderweg waren, konden er gescheiden van elkaar overnachten. Een van de verklaringen die geopperd is voor het feit dat er voor Jozef en Maria geen plaats was in de herberg, heeft te maken met de joodse leer over zwanger zijn denkt. Het joodse geloof beschouwt een vrouw namelijk als onrein als ze een kindje verwacht. Een mogelijke interpretatie is dat Maria daarom de nacht niet in dezelfde ruimte als reine vrouwen mocht doorbrengen.

De kerststal die bij een kerstboom wordt geplaatst, is tegenwoordig een miniatuurstalletje waarin poppetjes of beeldjes worden neergezet. Deze figuurtjes geven de personen weer die bij de geboorte van Jezus betrokken waren. De eerste figuren die een plaats krijgen in het stalletje, zijn die van Jozef en Maria. Dat gebeurt al in de dagen voor Kerst. Ook de os en de ezel kunnen er dan al bij worden geplaatst. Zij zijn belangrijk in het kerstverhaal omdat zij na de geboorte het kindje Jezus met hun adem warm hielden. De engel Gabriël krijgt gewoonlijk een plaatsje op het dak van de kerststal. Gabriël is degene die de herders op hoogte brengt van het goede nieuws. Op 24 december wordt om middernacht ook het beeldje van het Kindje Jezus aan het kersttafereeltje toegevoegd. In de regel draagt Jezus een wit kleed en wordt hij in een bakje met hooi geplaatst. Daarna kunnen ook de herdersfiguurtjes bij de kerststal worden geplaatst. Op 6 januari wordt Driekoningen gevierd. Op dat moment worden ook nog 3 beeldjes die Caspar, Melchior en Balthazar voorstellen, in of bij de stal gezet.

De hierboven beschreven invulling van de kerststal is sterk beïnvloed door Franciscus van Assisi, die leefde van 1172 tot 1226. Als bedelmonnik verkondigde Franciscus het Evangelie. In het kader daarvan kreeg hij toestemming van Paus Honorius III om een levende kerststal te plaatsen in het bos bij Greccio. Zo kon hij het kerstverhaal duidelijk maken aan ongeletterde mensen. Later trokken de Franciscanen, de monniken die deel uitmaakten van de orde die door Franciscus werd gesticht, door heel Europa om de leer van Christus te verspreiden. De levende kerststal raakte zo breed verspreid. Niet overal kon een levende kerststal worden opgezet. Als alternatief voor levende personages ging men dan ook beelden gebruiken.

Kerst-mis

Zowel op Kerstavond als op Kerstdag worden er misvieringen gehouden waarin de geboorte van Jezus centraal staat. Meestal wordt de kerk daarvoor stemmig versierd en verlicht. Vaak blijken de speciale kerstvieringen ook erg veel mensen aan te spreken en zit de kerk helemaal vol. Tijdens deze diensten komt het kerstverhaal uiteraard uitgebreid aan bod. Het kan zowel verteld als nagespeeld worden. In het laatste geval wordt soms samengewerkt met een lokale school en geven kinderen gestalte aan de figuren uit het kerstverhaal. Verder worden er tijdens de dienst ook kerstliederen gezongen. Soms wordt daarvoor een beroep gedaan op een koor. Een bijzondere versie van de kerstmis is de middernachtmis. Net zoals de andere kerstmissen staat ook deze eucharistieviering volledig in het teken staat van het kerstgebeuren, alleen begint ze pas om 12u ’s nachts.

De bekendste middernachtmis is degene die ieder jaar in de Sint-Pietersbasiliek in Rome wordt gehouden. Bij deze gelegenheid zit de basiliek telkens afgeladen vol met gelovigen uit de hele wereld. Wie de dienst wil bijwonen, moet dan ook lang van tevoren een ticket reserveren. De reden waarom zoveel mensen deze dienst willen bijwonen, is dat hij geleid wordt door de paus zelf. De kerkelijk leider houdt dan zijn kersttoespraak en spreekt de zegen ‘Urbi et Orbi’ uit. Door de hoge leeftijd van paus Benedictus XVI, besliste het Vaticaan evenwel om de dienst sinds 2009 niet langer om middernacht, maar om 22u van start te laten gaan. De iets langere nachtrust stelt de paus in staat om probleemloos te voldoen aan de vele verplichtingen die hij op 25 december heeft.

Tegenwoordig zijn er minder middernachtmissen dan vroeger. Dat heeft vooral te maken met het dalende aantal parochiepriesters. Op plaatsen waar wel een middernachtmis georganiseerd wordt, zit de kerk doorgaans helemaal vol. Ook is het op veel plaatsen gebruikelijk dat achteraf een glaasje glühwein aangeboden wordt aan de misgangers, wat voor extra sfeer en gezelligheid zorgt.

LITERATUUR

Bock, E., De jaarfeesten als kringloop door het jaar: Advent, Kerstmis, Driekoningen, Lijdenstijd, Pasen, Hemelvaart, Pinksteren, Johannes- en Michaelstijd, Christofoor, Zeist, 1990.

Boone, A.,’Het Bulgaarse kerstlied’, Volkskunde 88 (1987), nr. 4, p. 257-282.

Collen, J., 'Kerstkalkoen', in: Limburgs Volkskundig Genootschap, Lapjesproef voor drie zussen, Concentra Media nv, Hasselt, 2004, p. 143.

Indesteege, L., 'De kerstman', in: Limburgs Volkskundig Genootschap, Lapjesproef voor drie zussen, Concentra Media nv, Hasselt, 2004, p. 140-141.

Indesteege, L., 'Kerstbomen', in: Limburgs Volkskundig Genootschap, Lapjesproef voor drie zussen, Concentra Media nv, Hasselt, 2004, p. 141-142.

Indesteege, L., 'Kerstboomverbranding', in: Limburgs Volkskundig Genootschap, Lapjesproef voor drie zussen, Concentra Media nv, Hasselt, 2004, p. 147-148.

Lamarcq, D., ‘Kerstdagpacht’, Oost-Vlaams Zanten 73 (1998), nr. 4, p. 287-287.

Lauvrijs, B., Een jaar vol feesten. Oosprong, geschiedenis en gebruiken van de belangrijkste jaarfeesten, Standaard Uitgeverij, Antwerpen, 2004, p. 297-342.

Naert, A., 'In dees donkere dagen', Van Mensen en Dingen. Tijdschrift voor volkscultuur in Vlaanderen 1 (2003), 3, p. 323-330.

Veer, J. van der, 'Bij de kerstboom. Kersttradities in jeugdboeken', Traditie. Tijdschrift voor alledaagse dingen, tradities en rituelen 10 (2004), 4, p. 4-9.

Voskuil, J.J., ‘Kerstblok en kerstboom in Nederland’, Volkskunde 73 (1972), nr. 4, p. 351-355.