Duivensport

Duivensport

De duivensport wordt beschouwd als een typisch Belgische traditie. De sport is in de eerste helft van de 19de eeuw in verschillende Belgische steden ontstaan en wordt tot op vandaag beoefend. In tegenstelling tot wat velen denken, waren de eerste duivenmelkers gegoede burgers die in de steden woonden. Zij beschikten namelijk als enigen over genoeg vrije tijd en (financiële) middelen. Na verloop van tijd konden ook de arbeiders zich met duivensport bezighouden en na 1880 werd de duivensport ook populair op het platteland. Vlaanderen is vandaag de dag nog steeds het epicentrum van de duivensport, die nu vooral in Oost-Vlaanderen (met het grootste aantal liefhebbers), Vlaams-Brabant en in West-Vlaanderen nog wordt beoefend.

Duivensport of duivenmelken

Duivensport wordt ook duivenmelken genoemd. Het is natuurlijk niet zo dat de duiven werkelijk gemolken worden. De sleutel tot succes in de sport ligt bij het kweken van de duiven. Duivenmelkers besteden dan ook zeer veel aandacht aan dat aspect. De duivenjongen worden met veel zorg gekweekt en getraind, zodat ze uiteindelijk kunnen presteren op prijskampen. In de duivensport is het de bedoeling dat de duiven zo snel mogelijk van een losplaats naar hun duivenhok vliegen. Met een speciale duivenklok (een constateur) in het duivenhok wordt de juiste duurtijd van de vlucht aangegeven. Er wordt in feite nagegaan hoeveel meter per minuut de duif vliegt. Duivenmelkers drukken het dan ook zo uit : 'Mijn duif doet 1230 meters.'

Duivenhok

Een duivenmelker heeft er alle baat bij dat zijn duiven in topvorm zijn. Een goede verzorging begint bij de duiventil of het duivenhok . Dat is een stenen of een houten barak die gewoonlijk in de tuin van de duivenmelker staat en gemakkelijk herkenbaar is aan de vluchtopeningen voor de duiven. Sommige duivenhokken zijn groot en zijn van alle mogelijke technische snufjes voorzien, andere zijn dan weer veel kleiner en beschikken enkel over een basisuitrusting.

Verzorging

Het verzorgen van een grote kolonie duiven is een arbeidsintensief werk, waar een duivenliefhebber elke dag mee bezig is. Zo moeten de dieren twee keer per dag gevoed worden. De voeding wordt tegenwoordig geoptimaliseerd met allerhande voedingssupplementen. Er bestaat bijvoorbeeld al speciale thee enz. Soms houden duivenmelkers er geheime (familie)recepten op na. Naast de voeding is het belangrijk dat de hokken proper zijn en dat de duiven af en toe kunnen vliegen. Duiven kunnen tot 20 jaar oud worden (dit zijn wel uitzonderingen). Het is dan ook niet vreemd dat duivenmelkers echt gehecht zijn aan hun dieren en hun prijsbeesten graag extra in de watten leggen.

Duivenlokaal

Het duivenlokaal is een clublokaal waar duivenmelkers samen komen. Vaak gaat het om een zaaltje dat verbonden is aan een volkscafé. Dat café is dan meestal al decennialang de traditionele thuisbasis van de duivenmaatschappij. Duivensporters moeten aangesloten zijn bij de Koninklijke Belgische Duivenliefhebbersbond om met hun duiven deel te mogen nemen aan wedstrijden. Tijdens het wedstrijdseizoen, dat begint in april en eindigt in september, komen de duivenmelkers op zaterdag of zondag samen in het duivenlokaal. Daar worden de duiven dan ingekorfd voor de wedstrijdvlucht. Verder worden de vogels ook geringd: om een poot wordt dan een ring vastgehecht, die min of meer het paspoort van de duif is. Een duivenmelker kan, als hij dat wil, meerdere duiven per wedstrijd inschrijven. Daarna worden de dieren naar de losplaats getransporteerd en wordt de mechanische en tegenwoordig ook elektronische duivenklok ingesteld. Duivenmelken is op zich een eenzame bezigheid. Het duivenlokaal is dan ook de ideale plek om te verbroederen met andere spelers. De duivenmelkers kunnen er de laatste nieuwtjes over de duiven uitwisselen en volgen er samen de wedstrijd en de weersvoorspellingen op de voet. Het duivenlokaal is ook de plek waar de vliegtijden van de duiven worden verzameld en bekend gemaakt. De wedstrijduitslagen zijn vaak voer voor levendige discussies.

Een wereld apart

Duivensport zit vele spelers in het bloed. Het duivenmelken werd in veel families van de ene generatie aan de andere doorgegeven. Vaak werden de dieren overgeërfd en leerde een speler als kind al de kneepjes van het vak. Soms spelen duivenmelkers 'in combinatie'. Dat wil zeggen dat meerdere mensen onder één naam samen duiven inzetten. Zo komt het bijvoorbeeld vaak voor dat een duivenmelker in combinatie met zijn vader of een broer speelt. Vroeger was duivenmelken een typische mannensport. Vandaag de dag zijn er ook vrouwen die zich in de duivensport bekwamen, al zijn ze nog steeds flink in de minderheid.

Wedstrijden

Bij het duivenmelken is het wedstrijdelement uiteraard heel belangrijk. Er kan gespeeld worden op verschillende niveaus: lokaal, provinciaal, nationaal en internationaal. De indeling in die verschillende categorieën heeft te maken met de afstand van de wedstrijdvluchten. In het vakjargon van de duivenmelker wordt er gesproken over de 'vitesse' (de snelheidsvluchten tot 250 km), de 'halve-fond' (vluchten van 250 km tot 500 km) en de 'fond' (vluchten van meer dan 500 km). Er is ook nog de 'zware fond'. Daarmee worden de vluchten bedoeld waarbij de duiven ‘overnachten' omdat ze op de dag van de lossing hun hok niet kunnen bereiken. Als een duivenmelker goede duiven bezit, kan hij ze laten deelnemen aan internationale wedstrijden. De meeste losplaatsen voor duiven zijn in Frankrijk te vinden, maar de bekendste is Barcelona in Spanje. Daar worden er jaarlijks ruim 27.000 duiven gelost, die dan meer dan 1000 km moeten vliegen om naar hun duiventil in Vlaanderen terug te keren. Wedstrijden op lokaal niveau zijn meestal voor jonge duiven. Na de lossing is het voor een duivenmelker een kwestie van wachten tot zijn duiven terug zijn. Tussen het lossen en het vallen tuurt hij dan ook vaak urenlang naar de hemel. Als een duivenmelker denkt dat zijn duiven zich niet ver meer van het hok bevinden, maakt hij soms gebruik van een geïmproviseerde vlag om hen te helpen oriënteren.

Stamboom

Een duif met een goede stamboom heeft een grote meerwaarde in de duivensport, omdat men er van uit gaat dat dergelijke duiven uitstekende wedstrijdvliegers zijn. De allerbeste dieren worden gebruikt om mee te kweken. Een duivenmelker geeft zijn duiven een naam en kan ze makkelijk van elkaar onderscheiden.
Een duif die een wedstrijd wint wordt soms geportretteerd door de duivenliefhebber. Op dat portret wordt dan de naam en het identiteitsnummer van de duif genoteerd. Ook het zegepalmares van de duif wordt natuurlijk vermeld. Buiten het wedstrijdseizoen worden er ook zogenaamde 'duiven tentoonstellingen' voor de mooiste duiven georganiseerd. De duiven worden dan door keurmeesters in de hand gekeurd. Enkel duiven die al een km-prijs gewonnen hebben, kunnen deelnemen.

Een bijverdienste?

Voor de meeste duivenmelkers is de duivensport in de eerste plaats een hobby. Een goede duivenmelker kan echter ook heel wat geld verdienen met de wedstrijden. De laatste jaren voelen veel duivenmelkers dan ook dat de commerciële druk erg toegenomen is. De prestatiedrang is groot, waardoor het gebruik van doping in de hand gewerkt wordt. Tegenwoordig worden dan ook veel dopingcontroles uitgevoerd.

Duiven te koop

Lier kent de grootste duivenmarktplaats van Europa. Op zondagmorgen komen duivenmelkers uit Vlaanderen en daarbuiten er samen om duiven te kopen en te verkopen. De verkoopprijs is soms erg hoog en er wordt dan ook stevig over onderhandelend. De drukste periode is van januari tot april, vooraleer het wedstrijdseizoen van start gaat. Duiven worden vaak ook per opbod op veilingen verkocht. Er is dan eerst een kijk- en keurdag. In de duivensport gaat tegenwoordig veel geld om en dat is niet alleen het geval bij de wedstrijden. Omdat wedstrijdduiven duiven zijn met een stamboom, hoeft het niet te verwonderen dat de handel in duiven heel lucratief is. Tegenwoordig komen zelfs buitenlandse (en dan vooral Chinese) duivenmelkers naar België om prijsbeesten aan te kopen tegen soms riante bedragen. Een aantal duivenmelkers is daardoor in staat om een inkomen te halen uit de duivensport.

Duivenzegeningen

Een duivenmelker moet met heel wat dingen rekening houden. Zo kunnen zijn duiven bijvoorbeeld ziek worden. Ook de wedstrijden zijn niet zonder gevaar. De dieren zijn er soms zo op gebeten om terug te vliegen dat ze soms van pure uitputting doodgaan. Als de duiven tijdens de vlucht geconfronteerd worden met slecht weer, kunnen ze hun richting kwijtraken en verdwalen of verongelukken. Met zo veel mogelijke bedreigingen is het niet vreemd dat er traditioneel duivenzegeningen worden georganiseerd. De duiven worden dan gezegend om een behouden vlucht af te smeken. Duivenliefhebbers kunnen hun dieren onder meer in Aartselaar, Grobbendonk, Vroenhoven-Riemst, Wevelgem en in Middelkerke laten zegenen. De zegeningen hebben plaats meestal in de maand maart, vlak voor het begin van het nieuwe wedstrijdseizoen. Het gebeurt ook dat een duivenmelker in zijn duivenhok een beeldje van de Sint-Columba van Sens of van de heilige Catharina Labouré plaatst. Beiden zijn patroonheiligen van de duivenmelkers. 

Duivensport in gevaar

Net zoals een aantal andere volkssporten dreigt het duivenmelken stilaan te verdwijnen. In de jaren 1950 werden er in België nog 250.000 Belgische duivenmelkers geteld, vandaag schat men hun aantal op 35.000. Bovendien zijn de huidige duivenmelkers niet meer zo jong: de gemiddelde leeftijd is 65 jaar. De afgenomen populariteit van de sport wordt verklaard door de arbeidsintensiviteit van de sport en het feit dat tijdens de zomerperiode geen vakantie kan worden genomen. Het zou misschien interessant zijn om tijdens het seizoen gedurende één weekend geen vluchten te organiseren.

Koninklijke Belgische Duivenliefhebbersbond 

De Koninklijke Belgische Duivenliefhebbersbond werd in 1910 opgericht en heeft tien provinciale afdelingen. De bond verspreidt informatie over reglementen, de werking en de wedstrijdvluchten voor duivenliefhebbers en duivenverenigingen van gans België. Daarnaast staat de Bond ook in voor de promotie en de instandhouding van de duivensport in België. De vereniging werkt verder ook mee aan gemeenschapvormende initiatieven. Zo zijn er bijvoorbeeld de "Nationale dagen van de Reisduiven", waarbij onder meer een galadiner, een commerciële beurs, een tentoonstelling, prijsuitreikingen, demonstraties en presentaties op het programma staan. Dit evenement kan op grote belangstelling van de duivenmelkers rekenen.

LITERATUUR

http://www.kbdb.be

De Nil, B. (ed.), Een gevleugelde liefhebberij: de wondere wereld van de duivensportcultuur, Landelijke Gilde, Balegem, 2005.

Eelbode, B., Vroede, E. De, Renson, R. en H. Smulders, ‘Spelen met dieren’, Volkskunde 85 (1984), nr. 2, p. 168-176.

Glover, D., Compleet handboek van de duivensport, Centrale Uitgeverij Deltas, Oosterhout, 2002.

Indesteege, L., 'Duiven', in: Limburgs Volkskundig Genootschap, Lapjesproef voor drie zussen, Concentra Media, Hasselt, 2004, p. 86-97.

Malfait, A., Duivensport. Een veelarmenkruispunt, MAKLU, Antwerpen- Apeldoorn, 1996.

Verbeke, Th., 'De oosprong van de moderne duivensport', Van Mensen en Dingen. Tijdschrift voor Volkscultuur in Vlaanderen 1 (2003), 1, p. 5-38.