Christelijke bedevaarten

Christelijke bedevaarten

Een bedevaart is een ingetogen reis naar een religieuze of spirituele plaats. Bedevaarders ondernemen de tocht individueel of in groep. Niet alleen het doel van de reis is belangrijk, maar ook de tocht zelf heeft voor veel deelnemers een grote betekenis omdat hij ingegeven is door individuele, persoonlijke motieven. Veel bedevaarders willen bijvoorbeeld tot (spirituele) inkeer komen. Het ondernemen van de tocht wordt dan ook vaak als louterend ervaren. Een bedevaart kan ook een manier zijn om boete te doen, om te danken of om iets af te smeken. Hoewel dat voor het merendeel wel zo is, hebben niet alle bedevaarten een religieuze of spirituele grond. Zo trekken fans van Elvis Presley bijvoorbeeld al enkele decennia naar Graceland, het voormalige landgoed van hun grote muzikale held. Een dergelijke ‘bedevaart’ kan als een eigentijdse variant van de oeroude traditie beschouwd worden. Er kan worden aangenomen dat de behoefte om naar sacrale plaatsen te trekken universeel en van alle tijden is. Bedevaarten komen in alle wereldgodsdiensten voor en kennen een lange geschiedenis.

Christelijke bedevaarten

Christelijke pelgrimages ontstonden wellicht al in de tweede eeuw na Christus. Aanvankelijk gingen de bedevaarten richting Rome, Constantinopel en Jeruzalem. In de middeleeuwen was dat soms een bijzonder hachelijke onderneming: om op de bedevaartsplekken te komen moesten mensen soms door weer en winden honderden kilometers te voet afleggen door onherbergzaam gebied (zelfs over de Alpen!). De gevaarlijke reis werd echter niet geschuwd, omdat ze een kans bood om met God in contact te komen en aflaten te kopen. Met zo’n aflaat werd een gedeelte van een wereldlijke straf kwijtgescholden en kon de bedevaarder de gevreesde hel en het vagevuur vermijden. Voor velen was op bedevaart gaan een vorm van boetedoening. De relikwieënverering nam al heel snel een hoge vlucht: in het merendeel van de bedevaartsplaatsen werden er namelijk overblijfselen van heiligen vereerd. Men vereerde niet enkel de lichamen van de heiligen, maar ook losse lichaamsonderdelen, kledij of voorwerpen die met de heilige in verband werden gebracht. Die relikwieën werden en worden gezien als een soort van mediator tussen God en de mens en kregen allerhande wonderbaarlijke en geneeskrachtige eigenschappen toebedeeld. Bedevaarders schonken votiefgeschenken (en geld) om hun smeekbede meer kracht bij te zetten. Daarnaast kochten de pelgrims, net zoals vandaag de dag nog steeds het geval is, kleine, betaalbare souvenirs. Een voorbeeld daarvan zijn insignes of pelgrimstekens, die al snel als een soort vroege voorloper van de pin zichtbaar op de kledij werden gedragen.

Het middeleeuwse succesverhaal van de bedevaarten bleef echter niet op alle plaatsen overeind. De Gereformeerde Kerk zette zich af tegen de vele misbruiken en het winstbejag. Het vereren van relikwieën en het organiseren van bedevaarten werd dan ook op veel plaatsen verboden. Ook in de Katholieke Kerk was het gegeven een tijdlang op zijn retour.  Aan het eind 19de, begin 20ste eeuw leefde de bedevaartstraditie opnieuw op,  doordat de kerk en het geloof in die periode opnieuw hoogtijdagen beleefden. Oude bedevaartplaatsen leefden opnieuw op en er kwamen ook heel wat nieuwe bedevaartplaatsen bij. Opvallend is dat deze ‘moderne’ bedevaartplaatsen bijna altijd gelinkt zijn aan verschijningen. Voorbeelden daarvan zijn de Mariaverschijningen in La Salette in 1846, in Lourdes in 1858, in Fatima (Portugal) in 1917 en recent nog in de jaren 1980 in Medjugorje (Bosnië). Die verschijningen gaan vaak gepaard met miraculeuze genezingen of andere wonderen.

Plekken met een verhaal

Veel traditionele Christelijke bedevaartplaatsen zijn gelieerd aan de begraafplaats van een heilige. Daarnaast zijn er ook heel wat bedevaartplaatsen die in oorsprong verbonden zijn aan een opvallend landschapselement, zoals bijvoorbeeld een hoge heuvel in het landschap (zoals in Scherpenheuvel) of een oude, grote boom (zoals in Jezus-Eik). Net omwille van die uitzonderlijke landschapskenmerken zijn veel bedevaartplaatsen al van oudsher gekend als sacrale plekken. Al voor de verspreiding van het Christendom hadden er religieuze activiteiten plaats, die later gekerstend zijn. Deze plaatsen droegen een zeker mysterie in zich dat aanleiding gaf tot verhalen en legenden.

Santiago de Compostella

Santiago de Compostella in Spanje is sinds de late 11de eeuw bekend als bedevaartsoord. In 1077 werd daar het vermeende graf van Sint-Jakobus ontdekt. De Heilige Jakobus de Meerdere was een discipel en apostel van Jezus Christus. In de iconografie wordt hij afgebeeld met een (pelgrims)staf, een hoed, een mantel en natuurlijk een sint-jakobsschelp. Al snel na de ontdekking van zijn graf trokken de eerste bedevaarders naar Compostella. Zij waren te herkennen aan hun bedevaarderksledij en aan hun sint-jakobsschelp. In de daaropvolgende eeuwen ontstonden overal in Europa voetwegen naar Compostella. Die eeuwenoude bedevaartspaden bestaan vandaag nog steeds en worden ook nu nog door toeristen, wandelaars en fietsers gebruikt. Nog steeds wordt een grote groep mensen door de pelgrimsgedachte geïnspireerd. Vanuit Vlaanderen is de tocht naar het Noord-Spaanse bedevaartsoord ca. 2300 km lang. Wie de bedevaart te voet aflegt, is ongeveer 3 maanden onderweg. Een pelgrimstocht naar Santiago de Compostella is vandaag nog steeds een niet te onderschatten onderneming, die een grondige voorbereiding vergt. Vaak kiezen bedevaarders er voor om de tocht alleen af te leggen. Naast de fysieke uitdaging worden ze dus ook met de eenzaamheid geconfronteerd. Hoe dichter bij Santiago, hoe meer gastenverblijven er zijn die enkel gericht zijn op bedevaarders. De traditie wil dat bedevaarders op vaste tussenstops een stempel als ‘bewijs’ van hun tocht gaan ophalen. Een andere traditie die in ere gehouden wordt, is het dragen van de sint-jakobsschelp als erkenningsteken.

Lourdes

Dat de Heilige Maagd Maria in 1858 in het Franse Lourdes meermaals aan het arme en ongeletterde meisje Bernadette Soubirous verscheen, is veel mensen niet onbekend. Lourdes is sinds die gebeurtenissen uitgegroeid tot het bekendste bedevaartsoord uit de Christelijke wereld en heeft intussen al meer dan 150 jaar een enorme aantrekkingskracht op een enorme groep gelovigen. Jaarlijks trekken miljoenen bedevaarders naar dit oord. Na Parijs is Lourdes dan ook de Franse stad met het grootste aantal hotels.

Lourdes staat bekend als een Maria-oord waar veel miraculeuze genezingen gebeuren. Een kleine zeventig daarvan zijn in de loop van de tijd door de Katholieke Kerk erkend. De wanden vol dankplaatjes in de verschillende basilieken van het heiligdom maken duidelijk dat daarnaast ook ontelbaar veel andere bedevaarders zich op een of andere manier geholpen voelden door de bedevaart. Anders dan voor gelovigen die naar Santiago de Compostella trekken, is de tocht voor Lourdes-gangers minder belangrijk dan het verblijf ter plaatse. Een Lourdes-ganger kan vandaag de dag op een heel comfortabele manier naar het bedevaartsoord reizen. De meeste bezoekers uit Vlaanderen opteren voor een georganiseerde reis met de autocar, de (hogesnelheids)trein of het vliegtuig. De organisatie van een volledige bedevaartstrip is dan vaak in handen van een socio-culturele vereniging van Christelijke signatuur, in samenwerking met gespecialiseerde verenigingen. Dergelijke reizen worden vaak georganiseerd voor zieken en zorgbehoevende mensen. Bij zo’n ziekenbedevaart staan artsen, verpleegkundigen en vrijwilligers in voor de begeleiding. Voor een aantal zorgbehoevende of bejaarde personen is een reis naar Lourdes de enige mogelijke manier om van een korte vakantie te genieten. Vaak blijft het voor de bedevaarders niet bij één enkele reis. Sommige mensen gaan jaar na jaar terug naar Lourdes.

Een bedevaart naar Lourdes volgt een min of meer vast stramien. Het traditionele hoogtepunt is het bezoek en het gebed aan de grot waar de Heilige Maagd Maria aan Bernadette verscheen. Het is daarbij de traditie dat de bezoekers aanschuiven langs de rotswand van de Mariagrot. De bedevaarders raken de wand met hun hand aan en nemen wat water van de bron. Ze maken kruistekens of bidden, al dan niet geknield. Het water van Lourdes maakt deel uit van het rituele gebeuren van de bedevaart. Bedevaarders drinken van het water en wassen hun handen en gezicht bij een van de vele kraantjes in het bedevaartsoord. Daarnaast vullen ze vaak flessen of bidons om mee te nemen naar huis. Terug thuis wordt het water door de gelovigen gebruikt, krijgt het als souvenir een ereplaatsje of wordt het aan andere gelovigen geschonken. Heel wat bedevaarders maken van de mogelijkheid gebruik om zich in Lourdes in het bronwater te wassen. Dat gebeurt in marmeren badkuipen waarin de mensen worden ondergedompeld. Op die manier willen ze de oproep van Maria bij de Grot beantwoorden: “Ga drinken aan de bron en was u er”.

Ook licht speelt een belangrijke rol bij de Mariaverering in Lourdes. Eén van de tradities die in het bedevaartsoord in ere worden gehouden, is het branden van kaarsjes bij de Mariagrot. Bedevaartsgroepen kiezen vaak voor één grote kaars. Een dergelijke kaars wordt dan in het bijzijn van de voltallige groep plechtig ontstoken. Er zijn speciale kaarsenmannen aanwezig die toezicht houden bij de brandplaats en  kaarsen ontsteken op vraag van gelovigen die zelf niet op bedevaart kunnen gaan. Verder gaat er in Lourdes ook dagelijks een Mariale lichtprocessie uit, die de 'kaarsenprocessie’ genoemd wordt omdat alle gelovigen die er in meestappen een brandende kaars dragen. Deze processie bestaat al sinds 1872 en brengt de bedevaarders bijeen voor het bidden van de Paternoster. Tijdens de kaarsenprocessie lopen de verschillende bedevaardersgroepen op achter het vaandel van hun vereniging. De traditie is ook in Vlaanderen overgenomen: onder andere in Baarle-Hertog wordt al sinds de jaren 1950 een kaarsjesprocessie gewandeld.

Vanaf zes uur ‘s morgens worden in Lourdes ook dagelijks eucharistievieringen gehouden voor verschillende groepen bedevaarders. Verder kan er in verschillende talen gebiecht worden. De laatste mis van de dag is altijd om 23u ‘s avonds en wordt traditioneel opgedragen aan de Mariagrot. Tegenwoordig wordt er gebruik gemaakt van verschillende live webcams, zodat ook mensen thuis via de computer kunnen volgen wat er in Lourdes gebeurt.

Bedevaarders kunnen ook een parcours afwandelen waarbij halt gehouden wordt bij de belangrijke plaatsen uit het leven van Bernadette. Deze wandeling voert onder meer langs haar geboortehuis, het cachot, de pastorie en de school. Daarnaast zijn er ook tal van souvenirwinkeltjes rond het terrein. Veel Lourdesgangers hechten er immers belang aan een aandenken aan hun bezoek mee naar huis te nemen. Vooral water, kaarsen en mariabeeldjes zijn erg gewild, maar er is nog veel meer verkrijgbaar.

Naar het voorbeeld van Lourdes werden ook in Vlaanderen heel wat mariagrotten ingericht. Dat gebeurde vooral in de eerste decennia van de 20ste eeuw. In tuinen van kerken, kloosters en pastorieën, maar ook in heel wat privétuinen van mensen werden dergelijke grotten gebouwd. Soms groeiden ze op hun beurt uit tot een bedevaartsoord. Het bekendste voorbeeld hiervan is de Mariagrot in Oostakker bij Gent.

Bedevaartplaatsen in Vlaanderen

Ook in België zijn er traditionele bedevaartplaatsen in onder meer Oostakker, Scherpenheuvel, Halle en Banneux. Deze plekken worden bezocht door mensen die steun in hun geloof zoeken of die om steun willen vragen voor een specifieke zaak. In veel van deze lokale bedevaartsoorden wordt een miraculeus Mariabeeld vereerd. In Halle is dat bijvoorbeeld de Zwarte Madonna. Vanaf de jaren 1960 verloren veel mensen hun geloof in de kerk. Dat had onder meer tot gevolg dat er minder en minder mensen op bedevaart gingen. Toch zijn de bekende bedevaartsplaatsen tot op de dag van vandaag aantrekkelijk voor veel gelovigen en worden er nog tal van traditionele voettochten afgelegd naar deze plaatsen. Meestal zijn dat dagtochten langs traditionele wandelpaden die voor dag en dauw van start gaan. De bedevaarders vertrekken dan in hun woonplaats en leggen enkele tientallen kilometers te voet af naar het bedevaartsoord. Dergelijke georganiseerde voettochten worden vaak georganiseerd door verschillende lokale verenigingen. De wandelaars lopen dan op achter het vaandel van hun vereniging. Tijdens sommige bedevaarten wordt er gebeden of gezongen; andere verlopen dan weer in stilte. Als de groep het bedevaartsoord bereikt heeft, wordt er gewoonlijk een mis opgedragen. De groep wordt dan door de priester gezegend. Een groot aantal van deze bedevaarten worden in mei, de Mariamaand, gewandeld.

Bedevaarten voor jongeren

Bedevaartsplaatsen zoals Scherpenheuvel, Oostakker en Lourdes trekken niet alleen volwassenen, maar ook jongeren aan. Ook vandaag nog zijn er jeugdbewegingen die de traditie van een jaarlijkse bedevaart in ere houden. Zo spreken bijvoorbeeld de dagtochten naar Scherpenheuvel in de meimaand nog heel wat jeugdbewegingen aan. Andere jongeren trekken op de maandenlange bedevaart naar Santiago de Compostella. De voettocht wordt sinds enkele jaren georganiseerd om jongeren die met het gerecht in aanraking zijn gekomen, positief uit te dagen. Voor hen is het een tocht van lange adem. De jongeren staan onder begeleiding en worden uitgenodigd om van de reis een nieuwe start te maken. 

Een hedendaagse versie

Op het Parijse stadskerkhof Père Lachaise ligt Jim Morisson begraven. Morisson was de zanger en liedjesschrijver van de rockgroep The Doors, die in 1971 op jonge leeftijd stierf. Sinds zijn dood wordt zijn graf druk bezocht door jongeren van over de hele wereld. Ze laten gedichten achter, branden wierook of schrijven hun naam of een leuze op een van de omliggende graven. De jongeren ontlenen kracht aan de charismatische persoonlijkheid van de zanger. Deze bezoeken kunnen beschouwd worden als een hedendaagse variant van de traditionele bedevaarten.

LITERATUUR

Baeten, K., 'Het fenomeen Scherpenheuvel', in: Limburgs Volkskundig Genootschap, Lapjesproef voor drie zussen, Concentra Media nv, Hasselt, 2004, p. 174-175.

Demarest, H., ‘Onderweg met krachtige gebeden, ook van vrouwen’, Volkskunde 94 (1993), nr. 4, p. 345-369.

Geybels, H., ‘Christelijke privé- en massadevotie: verassend postmodern!’, Volkskunde 110 (2009), nr. 1, p. 25-47.

Koeck, P., Heilige huisjes: geloof en volksgeloof, bedevaarten en ommegangen, heiligen en hun hulp in nood, Standaard, Antwerpen, 1981.

Margry, P.J., ‘De bene-bedevaart: grensoverschrijdende ‘begankenis’ tussen België en Nederland’, Volkskunde 97 (1996), nr. 3, p.350-361.

Peters, F., Bedevaarten in Europa, Anthos/Lannoo, Amsterdam/Tielt, 1996.

Roobaert, E., ‘Brusselse bedevaarders en hun bedevaarten in de 16de eeuw’, Volkskunde 102 (2001), nr. 1, p. 97-144.

Stalpaert, H., ‘Middeleeuwse pelgrimstekens op Brugse schilderijen’, Volkskunde 83 (1982), nr. 4, p. 288-303.

Thijs, A.K.L., ‘Over bedevaarten in Vlaanderen: van stichtelijke propaganda naar wetenschappelijke interesse’, Volkskunde 97 (1996), nr. 3, p.272-349.

Thijs, A.K.L., ‘Verzamelaars en producenten van bedevaartvaantjes (1853-1970) emotionele omgang met traditioneel religieus erfgoed’, Volkskunde 111 (2010), nr. 2, p.117-144.