Christelijk huwelijk

Christelijk huwelijk

Grote levensloopmomenten, zoals geboorte, huwelijk en dood, staan bol van de tradities. Al eeuwenlang worden gebruiken en rituelen rond deze gebeurtenissen van generatie op generatie doorgegeven. Hieronder lees je hoe het komt dat we vandaag de dag het huwelijk volgens een bepaalde manier vieren.

Eeuwen geleden was aan een huwelijk geen officiële status of rechtsgeldigheid verbonden: een simpele mondelinge verklaring kon al volstaan om jezelf getrouwd te noemen. Er werd getrouwd in de tuin of onder een boom en de bruid en de bruidegom bezegelden hun huwelijk met een kus. Pas in de middeleeuwen werd dat anders. Dat kwam vooral door de Kerk, die het belangrijk vond om een officiële status en rechtsgeldigheid aan een huwelijk te verbinden. Vanaf toen werd het verplicht om een huwelijk af te sluiten in het bijzijn van getuigen en vast te leggen in de huwelijksregisters.

Wie o wie?

Aan de zoektocht naar een geschikte partner zat vroeger zeker een praktisch kantje: er werd vooral dicht bij huis gezocht en binnen dezelfde sociale klasse. Bals en kermissen waren dan ook de gelegenheden bij uitstek om iemand te ontmoeten. Had je iemand op het oog, dan maakte je dat aan die persoon duidelijk met kleine cadeautjes of zoetigheden. Zo gaven jongens op vrijersvoeten op sinterklaasavond een speculaaspop aan hun geliefde. Als het meisje de ‘benen’ van de koek afbrak, wilde dat zeggen dat zij de jongen niet zag zitten. Soms had verliefdheid er echter maar weinig mee te maken. Lange tijd is het zo geweest dat verstandshuwelijken niet ongewoon waren in de hogere kringen. Zo kon immers verzekerd worden dat het bezit van de familie bewaard bleef of zelfs toenam.

Het aanzoek

Geen huwelijk zonder aanzoek, natuurlijk. Tot in de jaren 1960 waren jonge mannen die met trouwplannen rondliepen verondersteld om eerst hun ouders daarvan op de hoogte te brengen. Daarna ging de aanstaande bruidegom langs bij de vader van het meisje om uit te leggen wat hij voor diens dochter voelde en zijn toestemming voor een huwelijk te vragen. Vroeger had de man voor hij langsging vaak al een brief gestuurd waarin hij schriftelijk vroeg of hij de dochter beter mocht leren kennen. Als de vader akkoord ging met het aanzoek, kreeg de bruidegom een sigaar aangeboden en werd met de familie gedronken op de verloving. Pas daarna stelde de bruidegom zijn meisje de grote vraag. Het was daarbij gebruikelijk dat de bruid niet meteen antwoordde: zij werd namelijk verondersteld goed na te denken over het aanzoek voor ze er op inging. Als zij na een paar dagen beraad ja antwoordde, gingen de ouders van de jongen langs bij die van het meisje om kennis te maken met elkaar. Uit films kennen we intussen vooral het beeld van de bruidegom die op zijn knie gaat om zijn huwelijksaanzoek te doen en zijn aanstaande een verlovingsring schenkt. Vandaag de dag mag het gerust allemaal wat specialer. Menig trouwlustige wil zijn aanzoek liefst zo origineel mogelijk doen. Een boodschap op het strand, een ring die verstopt zit in een dessert of een aanzoek tijdens een valschermsprong zijn dan ook al lang niet uitzonderlijk meer. In de huidige samenleving is het al lang niet meer vreemd dat een vrouw haar geliefde ten huwelijk vraagt, maar tot de jaren 1970 was dat wel anders. Toch is er één dag waarop een vrouw al eeuwen haar slag mag slaan: 29 februari. Deze ‘gewonnen’ dag wordt gezien als een dag waarop de normale regels niet meer gelden en de conventies opzij worden geschoven.

De trouwjurk

Voor heel wat bruidjes is de zoektocht naar de perfecte trouwjurk zowat het belangrijkste deel van de voorbereidingen. Intussen is het zo dat een bruid in om het even welke tint en stijl kan trouwen, maar lange tijd was wit de aangewezen kleur. De witte bruidsjurk dook voor het eerst op in het oude Egypte, waar wit een feestkleur was en daarnaast ook symbool stond voor maagdelijkheid. Dit gebruik verdween echter weer en pas rond 1815 dook het witte trouwkleed opnieuw op. Tot 1870 bleef de rok breder en breder worden. Aan het begin van de twintigste eeuw werd dan weer steevast in het zwart getrouwd. Vermoedelijk had dit te maken met een verzwaring van de kerkelijke opvattingen. Na de eerste Wereldoorlog droegen bruiden vooral hun beste jurk als ze trouwden. Wel had men duidelijke ideeën over de kleur die die jurk kon hebben. Dat werd uitgedrukt met versjes zoals ‘Blauw geeft trouw, groen gaat aan de haal, wit brengt liefde, geel kijkt scheel, rood is brutaal, zwart de dood’. Het was aangeraden om een jurk uit zijde te dragen, want satijn zou leiden tot ongeluk en fluweel tot armoede. Meisjes die tijdens WO II trouwden, hadden niet veel aan dergelijke weetjes: zij moesten het zien te redden met wat er voorhanden was en daardoor moest hun jurk noodgedwongen wel eens uit de parachute van hun aanstaande die in het leger vocht, gemaakt worden. Vanaf 1950 raakte de witte bruidsjurk opnieuw in zwang. Een bruid kon haar trouwjurk en bruidstoilet na haar huwelijksdag maar beter nooit meer aantrekken, want dat brengt ongeluk. Trouwen in de bruidsjurk van haar moeder zou daarentegen wel geluk brengen.

De bruidssluier

Over de betekenis van de bruidssluier doen verschillende verklaringen de ronde. Een van de interpretaties houdt in dat de bruid een sluier droeg om minder herkenbaar te zijn voor de boze geesten die het op haar trouwdag op haar gemunt hadden. Volgens een andere bron zou de bruidssluier dan weer een teken van ondergeschiktheid aan de man zijn. Als de bruid haar echtgenoot de sluier liet weghalen, dan gaf zij daarmee te kennen dat zij zich schikte naar zijn dominantie. Haalde zij hem zelf weg, dan toonde zij zo haar onafhankelijkheid. Nog een andere verklaring gaat terug op de tijd dat bruiden nog geschaakt werden bij een vijandige stam. Om haar bij het vluchten onherkenbaar te maken, werd zij bedekt met een doek of deken, dat pas vlak voor de ceremonie weggehaald werd. Uit dit gebruik zou dan later de bruidssluier voortgekomen zijn.

De schieting

Op de vooravond van het huwelijk verzamelen vrienden van het bruidspaar soms aan het ouderlijk huis van de bruid voor een ‘schieting’. In oude melkbussen worden dan carbidgassen tot ontploffing gebracht. Een goede knal is zo’n 3 km ver te horen. Een schieting diende vroeger om het huwelijksgeluk te beschermen: met de harde knallen worden boze geesten en duistere machten weggejaagd. Verder werden er met zwavel ook hartjes met de initialen van het koppel in het wegdek gebrand. Tegenwoordig is een schieting vooral een reden om een feestje te bouwen: de rust kan immers alleen ‘teruggekocht’ worden met een paar bakken bier. Schieten wordt dus ook vandaag nog gedaan, en dan vooral op het platteland. Omdat buren zoveel lawaai wel eens als geluidsoverlast beschouwen, doe je er goed aan een vergunning bij het gemeentebestuur aan te vragen. Melkbussen zijn al een tijdje niet meer in gebruik; voor schietingen kunnen nu kanonnetjes gehuurd worden. Wel is het hele gebruik niet ongevaarlijk en daarom worden er tegenwoordig steeds vaker gaskanonnetjes gebruikt bij een schieting. Voor de zwavelharten op straat is straatverf een goed alternatief.

Voor de wet

Voor wie voor de wet wil trouwen, werden lange tijd geleden al een aantal regels vastgelegd. Zo moet een koppel dat gaat trouwen maximum 6 maanden en minimum 14 dagen voor de trouwdag aangifte van het huwelijk doen. In de periode daartussen mag iedereen die dat wil verzet aantekenen tegen het huwelijk. Uiteraard kan je dat niet zomaar doen en moet zo’n verzet wel goed gemotiveerd zijn. De trouwplechtigheid zelf wordt door de burgemeester of de schepen van burgerlijke stand voltrokken. Vroeger kon dat enkel op het gemeentehuis gebeuren, maar sinds kort mag het overal, op voorwaarde dat de gekozen plek een beetje neutraal is. Bij het burgerlijk huwelijk worden eerst een aantal artikelen uit het Burgerlijk Wetboek over de rechten en plichten van echtgenoten voorgelezen. Vervolgens wordt aan de trouwers gevraagd of zij elkaar als echtgenoot nemen. Na een bevestigend antwoord van de bruid en de bruidegom verklaart de ambtenaar van dienst het koppel in naam van de wet getrouwd. Daarna wordt de huwelijksakte opgemaakt. Die wordt ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand en geldt als officieel bewijs van de huwelijksvoltrekking. Bruid en bruidegom hebben elk een getuige meegebracht die de akte ondertekent. Zelf krijgen de pasgehuwden een trouwboekje, waarin later ook de namen van hun kinderen genoteerd worden. In Vlaanderen ben je enkel officieel getrouwd als je voor de wet getrouwd bent. Lange tijd konden alleen een man en een vrouw samen een huwelijk aangaan. In 2003 kwam daar verandering in en sindsdien kunnen ook homokoppels in het huwelijksbootje stappen.

Rechts of links?

Tijdens een huwelijksplechtigheid zitten de familieleden en vrienden van de bruidegom rechts achter hem in de kerk en die van de bruid links achter haar. De reden hiervoor is simpel. Vroeger was het vaak zo dat er tussen beide families nogal wat vetes bestonden. Om te voorkomen dat ze elkaar tijdens de plechtigheden bont en blauw zouden slaan, zaten de families elk aan een kant. Om helemaal zeker te zijn dat er niet gevochten zou worden, moest uit elke familie een klein meisje aan de kant van de andere familie gaan zitten, met als achterliggende gedachte dat iemand van de eigen familie niet aangevallen zou worden. Later kregen die meisjes ook een taak en zo zijn bruidskinderen bij de plechtigheid betrokken geraakt. De bruidskinderen strooien bijvoorbeeld bloemblaadjes rond bij het binnenkomen van de kerk of dragen de ringen aan.

De bruidsstoet

De bruidsstoet die het trouwpaar bij de kerkelijke trouwplechtigheid naar het altaar begeleidt, wordt in de volksmond gewoonlijk ‘de suite’ genoemd. Hoe de bruidsstoet de kerk binnen- en buitenloopt, is niet om het even: al heel lang wordt daarbij een vast protocol gevolgd. Familieleden, vrienden en kennissen nemen al voor de aanvang van de mis plaats in de kerk. Zij gaan recht staan als de bruidsstoet binnenkomt. Eerst stapt de bruidegom de kerk binnen, met aan zijn linkerarm zijn moeder. Hij begeleidt haar tot aan haar plaats en gaat dan voor zijn stoel staan. Vervolgens komt de moeder van de bruid binnen, aan de linkerarm van de vader van de bruidegom. Ook die brengt de dame naar haar plaats en vervolgens gaat naast zijn echtgenote zitten. Daarna komen de getuigen, grootouders en broers en zussen met hun partner. De bruid stapt als laatste de kerk binnen, aan de rechterarm van haar vader. Zij worden voorafgegaan of gevolgd door de bruidskinderen.

Bruidsmeisjes

 Bruidsmeisjes waren al heel vroeg bij de huwelijksplechtigheid betrokken, al moet daar wel bij gezegd worden dat de taak van deze meisjes door de eeuwen heen wel sterk veranderd is. Vroeger geloofden mensen heel sterk dat boze geesten het tijdens de huwelijksplechtigheid op de bruid gemunt hadden. Om die geesten in de war te brengen, werden bruidsmeisjes ingezet die men zoveel mogelijk op de bruid deed lijken. Tegenwoordig helpen de bruidsmeisjes de bruid bij de voorbereidingen van het trouwfeest, organiseren ze haar vrijgezellenavond en assisteren ze haar als zij zich klaarmaakt voor de plechtigheid. Een traditionele bruid laat zich bijstaan door minstens 2 en maximum 8 bruidsmeisjes. Bruidsmeisjes zijn in de regel niet getrouwd. Als een vrouw voor de tweede keer trouwt, mag zij niet meer door bruidsmeisjes geholpen worden. Ze wordt dan bijgestaan door een bruidsdame. In tegenstelling tot de bruidsmeisjes mag de bruidsdame wel gehuwd zijn.

Bruidsjonkers

De bruidegom kiest zijn bruidsjonkers pas nadat het aantal bruidsmeisjes bekend is. De gewoonte gebiedt namelijk dat er evenveel bruidsjonkers als bruidsmeisjes zijn. Net als de bruidsmeisjes zijn ook de bruidsjonkers in de regel vrijgezel. Verder is ook hun takenpakket ongeveer gelijk: de bruidsjonkers zijn tijdens de aanloop naar het huwelijk en op de dag zelf een steun en toeverlaat voor de bruidegom en helpen hem met een hoop praktische dingen. Ook de organisatie van de vrijgezellenavond hebben zij in handen.

Het bruidsboeket

Volgens de traditie moet het bruidsboeket door de bruidegom worden betaald. Moderne bruiden gaan de dag van vandaag gewoon mee naar de bloemenwinkel om een boeket te laten samenstellen dat perfect past bij hun jurk. Een bruidegom die nog zonder zijn bruid het boeket durft uitkiezen, laat zich liefst bijstaan door zijn moeder of toekomstige schoonmoeder, die tegen dan al weten hoe de bruid er op de Grote Dag zal uitzien. Voor de bruidsmeisjes zijn er boeketjes die afgestemd zijn op dat van de bruid. Oorspronkelijk was het bruidsboeket eigenlijk een kruidentuiltje, dat ook weer bedoeld was om boze geesten weg te houden bij de bruid. Later werd het bruidsboeket als een symbool van vruchtbaarheid beschouwd. In de Victoriaanse tijd was het de gewoonte om allerlei boodschappen in het boeket te verwerken: aan elke bloemsoort was immers een bepaalde betekenis verbonden. Lelies bijvoorbeeld staan voor puurheid, zuiverheid en onschuld. Vaak worden in een bruidsboeket vooral witte en groene tinten gebruikt. Wit is immers de kleur van de maagdelijkheid. Vroeger was ook oranjebloesem erg in trek, omdat deze bloem symbool staat voor voorspoed en vruchtbaarheid. Tegenwoordig laten heel wat bruidjes hun bruidsboeket drogen en houden ze het bij als herinnering aan hun huwelijksdag. Een bruid die haar boeket niet wil bewaren, kan het op het eind van het avondfeest achter zich gooien naar een groepje ongetrouwde vriendinnen. Het meisje dat het boeket dan weet te vangen, zou de volgende zijn die huwt. Dit gebruik zou zijn oorsprong vinden in de middeleeuwen, toen de gasten het bruidspaar na feest tot aan hun huis volgden. Onderweg probeerden zij een stukje van de kledij van het koppel te stelen, om hen zo geluk te brengen. Om de aangeschoten feestvierders af te leiden en te kunnen ontsnappen, gooide de bruid tijdens de achtervolging iets achter zich.

De trouwring

Het absolute hoogtepunt van een huwelijksmis is natuurlijk het uitwisselen van de ringen. De vierde vinger noemen we trouwens de ringvinger omdat dat de vinger is waarrond de trouwring gedragen wordt. De Grieken dachten namelijk dat er een speciale ader of zenuw in die vinger recht naar het hart liep. Het dragen van een ring zou afkomstig zijn van bij de Egyptenaren, voor wie de ring symbool stond voor onontbindbaarheid en oneindigheid, of dus voor eeuwige trouw. Andere volkskundigen zijn van mening dat de ring de mannelijke dominantie symboliseert en dus aangeeft dat de vrouw na het huwelijk aan haar man toebehoort. Nog anderen zien er een seksuele betekenis in, waarbij de ring symbool staat voor de vrouw en de vinger voor de man. De meeste mensen kiezen een trouwringen uit goud of zilver. Bij de Romeinen was de ring vaak uit ijzer vervaardigd, omwille van de symbolische sterkte van het metaal. In trouwringen is ook vaak een diamantje ingewerkt. De benaming diamant is afgeleid van het Griekse woord voor ‘onoverwinnelijk’ en dat is precies wat een huwelijk moet inhouden. Lange tijd droegen alleen vrouwen een trouwring. Pas in de 20ste eeuw gingen mannen eveneens een ring dragen en is een trouwring een symbool van gelijkheid tussen man en vrouw. Aan het dragen van een trouwring is heel wat bijgeloof verbonden. Zo zou een vrouw die haar trouwring verliest, snel daarna ook haar man verliezen als hij haar niet meteen een nieuwe koopt. Hij moet er wel aan denken om ook de huwelijksbelofte opnieuw uit te spreken als hij de ring om haar vinger schuift. Als één van de partners overleed, mocht de ring dan weer niet mee in het graf, want daardoor zou de ander ook meegetrokken worden in de dood. Een trouwring die breekt, is eveneens een slecht teken, want dan zouden man en vrouw allebei snel sterven.

In het kerkportaal

Bij het verlaten van de kerk was het de gewoonte dat vrienden en kennissen rijst naar en over het bruidspaar gooien, een traditie die uit het Oosten overgenomen werd. Rijst is een symbool voor vruchtbaarheid en rijkdom: zo wordt de hoop uitgedrukt dat het kersverse koppel veel kinderen zou krijgen en dat zij in hun leven geen gebrek zouden kennen. In plaats van rijst werden soms ook andere granen gebruikt. Tegenwoordig is rijst gooien aan veel kerken en gemeentehuizen verboden, omdat het niet goed is voor de vogels. In de plaats daarvan worden nu bloemenblaadjes gestrooid of bellen geblazen. Ook tegelijk 2 of meer witte bruidsduiven loslaten is erg in trek. Deze beestjes symboliseren namelijk liefde en trouw.

De openingsdans

Volgens de traditie is de eerste dans op het avondfeest alleen voor de bruidegom en zijn bruid. Vroeger was dat officieel een Engelse Wals of een foxtrot, maar tegenwoordig is dat niet meer het geval. Vaak kiest het koppel een heel romantisch liedje dat een speciale betekenis voor hen heeft. Nadat het bruidspaar gedanst heeft, vraagt de bruid de vader van de bruidegom ten dans en nodigt de bruidegom de moeder van de bruid uit. Daarna danst de bruid gewoonlijk nog met haar vader en de bruidegom met zijn moeder. Ook andere paren mogen zich vanaf dan op de dansvloer wagen. En daarna? Changez!

De bruidstaart

Op een huwelijksfeest is er gewoonlijk eten en drank in overvloed. Dat danken we in grote mate aan de oud-Germanen, die zich te pletter aten en dronken tijdens een huwelijksmaal om de goden aan hun kant te krijgen. Het huwelijksmaal moet dus gezien worden als een soort offer. Het belangrijkste onderdeel van het menu is natuurlijk de bruidstaart. Bruidstaarten bestaan tegenwoordig in alle mogelijke maten, kleuren en vormen. Ook deze traditie is van oorsprong weer een verwijzing naar vruchtbaarheid. Een goed gerezen bruidstaart zou leiden tot een gelukkig huwelijk. In het verleden kreeg de bruid van de genodigden bruidstaarten cadeau. De traditie schreef voor dat er na de ceremonie stukken taart naar de afwezigen gebracht werden om hen te laten delen in het huwelijksgeluk. Dergelijke gebruiken blijven de dag van vandaag achterwege. Nu is de bruidstaart een pronkstuk tijdens het avondfeest. De bruidstaart met verdiepingen is een typisch Amerikaans verschijnsel, dat pas in de voorbije decennia hier ingang vond. 

Wittebroodsweken

Wittebroodsweken is de naam voor de periode van 6 weken na het huwelijk, waarin het koppel niet mocht gestoord worden door familie of vertegenwoordigers. Zo konden de bruid en de bruidegom elkaar – zowel geestelijk als lichamelijk – in alle rust leren kennen. Tijdens de wittebroodsweken mocht het koppel het er dus even goed van nemen vooraleer het gewone leven weer zijn gang zou gaan. Het kersverse bruidspaar at in die weken wit brood, een luxeproduct dat niet iedereen zich kon veroorloven. In het Engels worden de wittebroodsweken de ‘honeymoon‘ genoemd. Tijdens de wittebroodsweken gaat het koppel namelijk gewoonlijk op huwelijksreis. De huwelijksreis is ook weer iets dat nog stamt uit de tijd toen bruiden geroofd werden bij vijandige stammen. Om de familie van de bruid te ontwijken verstopte het pasgetrouwde koppel zich gedurende een maand - of de tijd van 1 maanomwenteling – op een afgelegen plek. Tijdens die periode dronken ze mede, een drank op basis van honing, waar de ‘honey’ in honeymoon naar verwijst. Honing zou een afrodisiacum zijn. Als een bruidspaar op huwelijksreis vertrekt worden er vaak rammelende blikjes aan de achterbumper van hun auto vastgemaakt. Dit is opnieuw een traditie die teruggaat op het gebruik van lawaai om boze geesten weg te jagen. In het begin werden de blikken niet vastgemaakt, maar gooide men er gewoon mee. Vroeger werden er ook schoenen achter het voertuig gebonden, wat nog uit de middeleeuwen stamt. De vader van de bruid gaf de bruidegom toen de schoenen van zijn dochter, om de overdracht van ‘eigenaar’ te symboliseren. 

LITERATUUR

[Anoniem], 'Trouwen in de kerk: waarom en hoe?', Collationes. Vlaams Tijdschrift voor Theologie en Pastoraal 40 (2010), nr. 3.

Ankaert, L., 'Studiedag rond het kerkelijk huwelijk en de huwelijksvoorbereiding in Vlaanderen: rapportering van een onderzoek en reflecties vanuit gezinspastoraal', Rondom Gezin 23 (2002), nr. 1, p. 36-45.

Boesmans, A., 'De hand van je toekomstige vragen', in: Limburgs Volkskundig Genootschap, Lapjesproef voor drie zussen, Concentra media nv, Hasselt, 2004, p. 24.

Bockhaven, V. Van, Drempelmomenten. Overgangsrituelen in drie culturen, Huis van Alijn, Gent, 2000.

Braekman, W.L., ‘Afkopen of opeisen van de bruid te Conteville en te Leke (16de eeuw)’, Oost-Vlaamse Zanten 74 (1999), nr. 1, p. 65-66.

Braekman, W.L., ‘Litanieën voor meisjes, trouwlustig, maar niet gevraagd’, Oost-Vlaamse Zanten 74 (1999), nr. 2, p. 145-152.

Broeck, A.M. Van, ‘Het Antwerpse “Zuid” tijdens het interbellum. Liefde en huwelijk, geboorte en doop, dood en begrafenis’, Volkskunde 94 (1993), nr. 1, p. 165-192.

Burggraeve, R., Cloet., M., Dobbelaere, K., en L. Leijssen, Levensrituelen. Het huwelijk, Universitaire Pers, Leuven, 2000. (KADOC-Studies 24)

Dauwe, J.,’Een rumoerig huwelijk te Lebbeke in 1869’, Volkskunde 75 (1974), nr. 4, p. 338-343.

Germonpré, E., ‘De levenscyclus in Oostduinkerke tijdens het interbellum. Deel 2: Liefde en huwelijk’, Volkskunde 94 (1993), nr. 2, p. 225-239.

Debroey, L., 'Trouwen voor de kerk: ritueel of sacrament?', Mensen Onderweg 107 (2005), nr. 4, p. 17-21.

Dehaene, T., Het christelijk huwelijk, een verbond, Rondom Gezin 26 (2005), nr. , p. 25-40.

Faseur, G., 'Het huwelijk als verbond: een frisse kijk op een oud model', Rondom Gezin 16 (1995), nr.1, p. 9-15.

Joosten, L., Meulemans, E. en H. Vermeulen, Wijzer trouwen, LeCom, Geel, s.d.

Lauvrijs, B., Een wereld vol bijgeloof. Van abracadabra tot de zwarte kat, Standaard Uitgeverij, Antwerpen, 2007, p. 366-387.

Munck, B. De, ‘Een sprookjeshuwelijk? Conflict tussen de familie de Neve de Windam en Josse Ridderbosch over het huwelijk van zoon Philippe de Neve en dochter Joanna’, Oost-Vlaamse Zanten 73 (1998), nr. 4, p. 264-281.

Strouken, I., Bruidsuikers & wittebroodsweken. Over het huwelijk, Waanders Uitgevers, Zwolle, 2009. (het Alledaagse leven. Tradities & trends in Nederland 14)

Vandenbroeke, Ch., Vrijen en trouwen: van de middeleeuwen tot heden, Elsevier, Brussel, 1986.

Veraverbeke, E., Verlinde, A., en I. Van de Velde, Rituelen in beweging, Huis van Alijn, Gent, 2000.