Chanoeka

Chanoeka

In de maand december vieren joden Chanoeka. Dit inwijdingsfeest of lichtfeest duurt acht dagen en herdenkt de herinwijding van de tempel te Jeruzalem in de tweede eeuw vóór onze jaartelling. Elk jaar begint Chanoeka op een andere datum gezien de joodse kalender gebaseerd is op de maancyclus*. Chanoeka begint wél steevast op de 25ste dag van de joodse maand kislev.

De oorsprong

In de tweede eeuw vóór onze jaartelling werd de tempel te Jeruzalem geplunderd en werden de joden onderdrukt. Zo werden ze bijvoorbeeld gedwongen om de Griekse goden te vereren en werden ze zwaar gestraft wanneer ze hun eigen geloof beleden. Sinds de verovering van Jeruzalem na een opstand door de Maccabeeën, vieren joden op 25 kislev de herinwijding van hun tempel. De legende van de niet-ontheiligde of de reine lampenolie vertelt dat ze slechts weinig reine olijfolie ter beschikking hadden om de kandelaar of Menorah in de tempel te laten branden gedurende de herinwijding. Desondanks bleef het licht acht dagen, de duur van het feest van de herinwijding, branden. 8 dagen is tevens de tijd die nodig was om voor nieuwe reine olijfolie te kunnen zorgen.

De Chanoeka-kandelaar of Chanoekia

Sinds de verovering van Jeruzalem en de herinwijding van de tempel worden jaarlijks kaarsen of olielampen (gevuld met olijfolie) aangestoken in de Chanoekia of de achtarmige kandelaar. Gedurende acht dagen wordt traditioneel iedere dag een nieuwe kaars of olielamp aangestoken met behulp van een negende kaars, of olielamp, de zogenaamde helper of dienaar. Dit licht moet minimum een half uur blijven branden. De eerste dag brandt de eerste kaars, de tweede dag branden er twee kaarsen, de derde dag branden er drie kaarsen, … Tijdens het aansteken van de kaarsen of olielampen worden zegens uitgesproken en wordt er gezongen. De Chanoekia wordt ofwel voor een venster ofwel in een deuropening geplaatst. Vanuit een gemeenschapsgevoel wordt de Chanoekia namelijk in het zicht geplaatst zodat het licht met iedereen kan worden gedeeld. In vele joodse scholen mogen de kinderen zelf een Chanoekia maken die ze achteraf mee naar huis mogen nemen.

Etenswaren in olie bereid

Tijdens Chanoeka komen familie en vrienden iedere avond bij elkaar om samen te eten. Er worden dan vooral etenswaren genuttigd die in olie worden bereid. Tijdens dit lichtfeest staat namelijk de legende van de niet-ontheiligde of reine lampenolie centraal. Traditioneel worden aardappelkoeken of latkes geserveerd en ook oliebollen gevuld met confituur, pudding of een andere lekkernijen. Eigenlijk wordt alles dat in olie kan worden bereid, gegeten. Er wordt ook dikwijls lachend gezegd dat het eten, dat tijdens Chanoeka wordt genuttigd, acht dagen in de maag blijft nabranden, net zoals het licht bij de herinwijding van de tempel. Er worden evenwel ook andere etenswaren, die niet in olie werden bereid, geserveerd, zoals bijvoorbeeld verschillende melkspijzen.

Dreidel

Chanoeka is een bijzonder familiefeest waarop niet enkel wordt gegeten, gezongen en geschenken worden uitgedeeld, er worden ook spelletjes gespeeld. Zo spelen kinderen bijvoorbeeld met een dreidel. Een dreidel is een speciale tol waarop verschillende letters staan. Deze letters staan voor “een groot wonder vond daar plaats”.

Geldinzameling

Tijdens Chanoeka wordt er extra belang gehecht aan naastenliefde. Jongens proberen gedurende acht dagen zoveel mogelijk geld in te zamelen voor bepaalde instituties en voor alle armen. Het is de bedoeling dat iedereen een bijdrage levert.

* Een joods kalenderjaar bestaat doorgaans uit twaalf maanden, maar zeven keer in negentien jaar is er een schrikkeljaar. Zo’n schrikkeljaar bestaat dan uit dertien maanden. 

 

LITERATUUR  

Dankzij het Forum der Joodse Organisaties vzw kreeg Volkskunde Vlaanderen een beter zicht op enkele van de vele gebruiken die verbonden zijn aan Chanoeka. 

Petuchowski, J.J., Van Pesach tot Chanoeka: de wereld van de joodse feesten en gebruiken, Ten Have, Baarn, 1987.

Strassfeld, M., The Jewish Holidays, HarperCollins Publishers Inc., New York, 1985.

Kosofsky, S.-M., The Book of Costums: A Complete Handbook for the Jewish Year, Harper, San Francisco, 2004.