Brood en gebak bij joodse gebruiken

Brood en gebak bij joodse gebruiken

In veel culturen spelen brood en gebak een hoofdrol tijdens religieuze feesten. Ook in de joodse traditie is dat het geval. Hieronder volgen een aantal voorbeelden.

Soefganiot en latkes tijdens Chanoeka

Traditioneel worden tijdens Chanoeka aardappelkoeken of latkes geserveerd. Verder worden er ook speciaal voor Chanoeka soefganiot gebakken: dat zijn oliebollen gevuld met confituur, pudding of andere lekkernijen. Zowel de latkes en soefganiot worden in olie bereid, ter herinnering aan het ‘wonder van de olie’.In het jaar 165 voor de gewone jaartelling wijdden de Maccabeeën de tempel in Jeruzalem opnieuw in, nadat ze de Syriërs verslagen hadden. De koning van Syrië, Antiochus IV Epiphanes, had in de tempel een heidens altaar laten plaatsen en voerde de hellenistische godencultus in. Alle andere vormen van religie werden verboden en joden die hun eigen geloof beleden werden daarvoor zwaar gestraft. Daartegen kwamen de Maccabeeën in opstand. En met succes. Na een paar jaar strijd, verwijderden de Maccabeeën het altaar en wilden ze de tempel herinwijden door de tempelkandelaar (menora) aan te steken met heilige olie. Maar ze vonden slechts één kruikje bruikbare olie, net genoeg om de kandelaar een dag te laten branden. Maar door een wonder brandde de kandelaar acht dagen lang en dat was precies lang genoeg om nieuwe heilige olie te maken.

Ter herinnering van dat feest steken joden acht dagen lang een volgend lichtje van de chanoekia (een achtarmige kandelaar) aan, en eten ze in olie gebakken gerechten.

Matzes tijdens Pesach 

Lange tijd werden joden onderdrukt en werden ze door de farao gedwongen om als slaven te werken. God strafte de Egyptenaren met de tien plagen omdat de joden Egypte niet mochten verlaten. De laatste van de tien plagen zorgde ervoor dat alle eerstgeborenen stierven. De joden waren tegen deze laatste plaag beschermd doordat ze met het bloed van een lam een teken op hun deuren hadden aangebracht. Het Hebreeuwse ‘Pesach’ betekent ‘overslaan’. Dit verwijst naar de tiende plaag die de joden niet heeft getroffen. Pas na deze tiende plaag mochten de joden Egypte verlaten. Ze moesten dat zo snel mogelijk doen waardoor ze zelfs de tijd niet hadden om hun brooddeeg te laten rijzen. Om deze reden wordt Pesach tevens het feest van de ongedesemde broden genoemd. Die ongedesemde broden worden matzes genoemd. Gegist deeg wordt aangeduid als chameets, dat symbool staat voor de slechte eigenschappen van de mens. Gerezen deeg duidt op een gerezen ego, met eigenschappen als hoogmoed en trots. Ongedesemd brood daarentegen is nederig en bescheiden: eigenschappen die een mens sieren. Op die manier staat de uittocht niet alleen voor de fysieke bevrijding van de joden, maar ook voor spirituele reiniging van de invloed van het verblijf in Egypte: een land waarin niet één maar vele goden werden vereerd.

Ook de huizen moeten worden schoongemaakt, huizen moeten met andere woorden volledig ‘koosjer le-Pesach’ zijn. Aangezien Pesach het feest van de ongedesemde broden is, is het belangrijk om alles dat in contact kan gekomen zijn met gist of alles dat gist bevat, schoon te maken of te verwijderen.

De eerste twee dagen van Pesach wordt de Sedermaaltijd geserveerd. Deze symbolische en gestructureerde maaltijd bestaat onder andere uit bittere kruiden, een glas zout water, een ei, een geroosterd bot van een lam en charoseth (dit is een mengsel van onder meer geraspte appels, noten, rozijnen en kaneel). Dit alles wordt binnengebracht op de Sederplaat en wordt bij het hoofd van de familie geplaatst. Onder de Sederplaat bevinden zich drie ongedesemde broden of matzes. Alle aanwezigen krijgen een beker waaruit ze vier keer meestal wijn of druivensap drinken. Elk ingrediënt heeft een bepaalde betekenis. De bittere kruiden verwijzen naar de onderdrukking in Egypte, het bot van een lam staat symbool voor het paaslam waarvan het bloed werd gebruikt om de joden te beschermen tegen de tiende plaag, charoseth verwijst naar de kleur en de vorm van de bakstenen waarmee de joden als slaven moesten sleuren en staat tevens symbool voor het geluk na de bevrijding en de drie matzes verwijzen naar het overhaaste vertrek uit Egypte. De vier bekers wijn verwijzen naar vier uitdrukkingen die God gebruikte voor de bevrijding uit Egypte. Aan de hand van deze symbolische maaltijd wordt tijdens Sederavond het verhaal van de uittocht verteld. Het verhaal van de uittocht staat opgetekend in de Haggada waaruit wordt voorgelezen. In dit boek staat tevens de specifieke volgorde waarin alles moet gebeuren tijdens Sederavond. Er staat onder meer in dat de matzes en de wijn niet al zittend mogen worden genuttigd, maar wel al leunend.

De eerste avond van Rosj Hasjana** komen Joodse families gezellig bijeen om de traditionele stukjes appel met honing te nuttigen. Daarmee wensen ze elkaar een zoet jaar toe. Ook andere zoetigheden worden gegeten, zoals bijvoorbeeld wortels, dadels, … Terwijl op andere feesten telkens gevlochten brood (challe) wordt gegeten, worden tijdens Rosj Hasjana traditioneel ronde feestbroden geserveerd. Deze ronde broden verwijzen op hun beurt naar een cyclisch jaar. De broden kunnen ingesmeerd zijn met honing, om een ‘zoet nieuw jaar’ in te luiden. Zure etenswaren daarentegen worden niet genuttigd.

Challebrood tijdens sjabbat

Op vrijdag tijdens de huiselijke sjabbatviering wordt er vaak een gevlochten brood (challe) geserveerd, rijk aan boter en eieren. Op een schaal liggen twee broden, die verwijzen naar de portie dubbele manna die God deed neerdalen tijdens de zesde dag van de doortocht door de woestijn. De broden worden bedekt door een challekleedje, net als het manna door een laag dauw werd bedekt. Het brood wordt gezegend en gebroken (niet gesneden) aan het begin van de maaltijd. Iedere persoon breekt een stukje af en geeft de challe door aan de persoon naast hem of haar. Sommige broden zijn gevlochten uit zeven strengen, die de zeven dagen van de week symboliseren.

Hamansoren tijdens Poerim

Poerim of Lotenfeest is een joods bevrijdingsfeest dat jaarlijks wordt gevierd op de veertiende dag van de joodse maand adar. Poerim valt altijd op een andere datum en soms zelfs in een andere maand omdat de joodse kalender gebaseerd is op de maancyclus*. Op deze dag herdenken de joden dat hun volk in de vijfde eeuw vóór onze jaartelling in Perzië kon ontsnappen aan een grootschalige uitroeiing.

Traditioneel worden er Hamansoren geserveerd. Dit zijn driehoekige koekjes gevuld met maanzaad, pruimen of andere zoetigheden. Ze stellen de oren (of de hoed) van Haman voor, de Perzische hoveling die alle joden wilde uitroeien. Vandaar dat Haman staat voor iedereen die Joden een slecht hart toedraagt. Op Poerim worden er ook kreplech gegeten, dit is deeg gevuld met vlees. De kreplech worden meestal geserveerd in soep.  

LITERATUUR

Evers-Emde, B., 'Wat is de betekenis van de joodse spijswetten, toen en nu?', in: J. Tavernier (red.), Ons Dagelijks Brood. Over oude en nieuwe spijswetten, Acco, Leuven, 2010, p. 57-71.

Greenberg, I., The Jewish Way: Living the Holidays, Jason Aronson Publishers, s.l., 1998.

Kosofsky, S.M., The Book of Costums: A Complete Handbook for the Jewish Year, Harper, San Francisco, 2004.

Scharfstein, S., Understanding Jewish Holidays and Customs: Historical and Contemporary, KTAV Publishing House, Hoboken, 1999.

Strassfeld, M., The Jewish Holidays, HarperCollins Publishers Inc., New York, 1985.