Brood en gebak bij christelijke feesten

Brood en gebak bij christelijke feesten

In veel culturen spelen brood en gebak een hoofdrol tijdens religieuze feesten. Sommige gebruiken zijn heel plaatselijk, anderen worden wereldwijd gedeeld. In de christelijke traditie speelde brood vroeger een heel belangrijke rol. Zo werden er voor Aswoensdag speciale krakelingen gebakken, maakte men ter gelegenheid van Palmzondag een palmpaasstok waarop een vogel van brood wordt geplaatst en werden er op Pinksteren roggebroden uitgedeeld in de kerk. Veel van die gebruiken zijn inmiddels in onbruik geraakt, al blijven er hier en daar nog een aantal bestaan. 

Vastenavond: pannenkoek en worstenbrood 

Op Vastenavond bakte men vroeger zowel in Nederland, Vlaanderen en Engeland steevast pannenkoeken. In Engeland heet deze dag nog steeds Pancake-Day. Ook eierkoeken, wafels, poffertjes en worstenbroden behoorden tot de vaste gebakken van Vastenavond. Na deze avond van zoete uitspattingen, begonnen de veertig dagen van de vasten waarin geen eieren, boter, suiker of vlees mocht gegeten worden. Vandaar dat men op de avond voor de vasten die ingrediënten zoveel mogelijk opgebruikte.

Verloren Maandag: worstenbrood

Verloren Maandag is de eerste maandag na de zondag na Driekoningen. In de provincie Antwerpen en in Doornik worden op die dag traditioneel worstenbroden en appelbollen gegeten. Op Verloren Maandag staan er traditioneel worstenbroodjes en appelbollen op het menu. De worstenbroodjes bestaan uit gehakt of worsten gehuld in een jasje van bladerdeeg. Er bestaan evenwel verschillende soorten worstenbroodjes: enkele, dubbele, met witloof, enzovoort. De appelbollen worden dan weer speciaal voor de zoetekauwen aangeboden. Appelbollen zijn volledige appels met binnenin kaneel of andere zoetigheden, die gewikkeld zijn in bladerdeeg. Bovendien wordt iedere appelbol bestrooid met suiker.

Waar de naam Verloren Maandag vandaan komt, is niet echt duidelijk. Er zijn een aantal hypothesen. Volgens één van de mogelijke theorieën bestaat deze traditie reeds sinds de vijftiende eeuw. Ambtenaren zouden op de maandag na de eerste zondag na Driekoningen hun eed hebben moeten afleggen. Deze eedaflegging ging steevast gepaard met een groot feest. Om het feest betaalbaar te houden, werd er bespaard op het voedsel. Daarom werden er goedkope worstenbroodjes uitgedeeld. Omdat er op die dag vooral werd gedronken en gegeten in de plaats van gewerkt, was deze dag zogezegd een verloren dag. Een andere verklaring zou kunnen zijn op de zondag na Driekoningen steevast het evangelieverhaal wordt voorgelezen waarin Jozef en Maria de twaalfjarige Jezus kwijt spelen in Jeruzalem en hem uiteindelijk terugvinden in de tempel. Een andere hypothese is dat de gilden in de 18de eeuw hun nieuwjaarsfeest vierden op de eerste maandag na Driekoningen. Omdat er die dag veel werd gegeten en gedronken, kwamen de ambachtslui niet toe aan werken. In sommige streken trakteerden de patroons hun gildenleden in de herberg op een borrel. Om de mensen zo lang mogelijk in de herberg te houden, zouden bepaalde herbergiers op het idee zijn gekomen om een vet en zout hapje te voorzien. Het hapje moest bovendien goedkoop zijn, wat resulteerde in een vette worst verpakt in deeg.

Hoewel de oorsprong van de traditie niet gekend is, wordt de traditie al lange tijd in stand gehouden. Ieder jaar opnieuw slaan bakkers en slagers de handen in elkaar om zoveel mogelijk worstenbroodjes te kunnen verdelen. In de provincie Antwerpen zijn de worstenbroodjes en ook de appelbollen verkrijgbaar bij de meeste bakkers, in de meeste cafés, in de meeste warenhuizen … 

Zielenkoeken op Allerzielen

In veel landen worden ter ere van Allerzielen bepaalde koeken gebakken voor het heil van de ziel van de doden. Voor de eerste wereldoorlog was het gebruik van zielenbroodjes ook hier nog wijd verspreid, maar het is daarna bijna volledig verdwenen. De broodjes waren rond van vorm met een ingebakken kruis. Voordat het brood wordt gebroken werd een gebed uitgesproken voor de overledenen die men wil herinneren. Soms werden ook pannenkoeken gemaakt, waarbij in de eerste pannenkoek die in de pan lag een kruisje werd getekend. Wie die pannenkoek op zijn bord kreeg moest een gebed zeggen ter ere van de doden. Ook vandaag nog blijft de gewoonte om met Allerzielen pannenkoeken, wafels en andere koeken te eten in vele families intact. 

Sint-Hubertusbrood

Drie november is de naamdag van de heilige Hubertus (ca. 665 – ca. 727), de eerste bisschop van Luik. Op die dag worden op heel wat plaatsen broodjes gewijd in de kerk, de zogenaamde Sint-Hubertusbroodjes of ‘hubkes’.

Over het leven van Hubertus gaan heel wat verhalen de ronde, die niet altijd even consistent met elkaar. Algemeen wordt aangenomen dat hij de zoon was van de hertog van Aquitanië en een werelds leven leidde. Toen hij in het jaar 683 op een vrijdag uit jagen ging, bespeurde hij een groot hert. Maar toen hij het wilde neerschieten draaide het hert zich naar hem toe. Op dat moment verscheen een lichtend kruis tussen het gewei, terwijl een stem Hubertus beval om een zekere Lambertus, de bisschop van Maastricht, op te zoeken. Daar bekeerde hij zich tot priester. Wanneer Lambertus even later in Rome werd vermoord, benoemde de paus Hubertus tot bisschop van Maastricht. Deze laatste verlegde de bisschopsstoel van Maastricht naar Luik, zodat hij de laatste bisschop van Maastricht en meteen ook de eerste bisschop van Luik werd. Sint-Hubertus staat nu bekend als de patroonheilige van de jacht.

Omdat Hubertus ooit een man met hondsdolheid genas, worden de hubertusbroodjes ook gezien als een bescherming tegen hondsdolheid. Ieder misganger nam vroeger een stuk mee voor zichzelf, maar ook voor zijn dieren. Op veel plaatsen zijn dieren trouwens welkom in de kerk op 3 november. De broodjes worden nog steeds aangeboden door veel Belgische bakkers, al zijn ze niet altijd meer gewijd. De broodjes zijn klein en rond. Sommige hebben een anijssmaak, terwijl er in andere rozijnen zitten verwerkt. In de stad Gent spreekt men doorgaans van mastellen.

Een koningstaart op Driekoningen

Een andere gekende traditie verbonden aan Driekoningen is het zogenaamde koningsspel. Er wordt dan een taart gebakken waarin een boon wordt verstopt. Wanneer de taart wordt verdeeld, kan er naarstig naar de boon worden gezocht, want degene die de boon in zijn of haar stuk taart vindt, wordt benoemd tot koning voor een dag. En dit koningschap brengt uiteraard bepaalde privileges met zich mee. Dit spel is in eerste instantie bedoeld voor kinderen, maar soms wordt het ook door volwassenen gedaan.

Al in de zeventiende eeuw vinden we in Vlaanderen het gebruik van de koningskoek terug. Op de schilderijen van Jan Steen bijvoorbeeld, is te zien hoe tijdens de feestmaaltijd ook telkens een taart wordt aangesneden. De gelukkige die de boon vond, mocht een papieren kroon op het hoofd zetten en de leiding over het feest nemen. In Vlaanderen werden er vroeger ook vier stukken opzij gehouden voor de armen: het Ons Heer deel, het Onze Lieve Vrouwe deel, het Sint Jozefdeel en een stuk dat de naam van de dorpspatroon kreeg. De dag na het feest liepen arme vrouwen luidkeels op straat te roepen om het Onsheerendeel, dat hen vanuit de ramen werd toegesmeten.  

LITERATUUR

Nanning, J.H., Brood- en gebakvormen en hunne beteekenis in de folklore, Uitgeverij Eigen Volk, Scheveningen, 1932.

De Tavernier, J., Ons dagelijks brood. Over oude en nieuwe spijswetten, Acco, Leuven, 2010.

Brandes, S.H., Skulls to the living, bread to the dead, Wiley-Blackwell, New Jersey, 2006.