Bolsporten

Bolsporten

Petanque of jeu de boules is wellicht de bekendste bolsport ter wereld. Deze Franse volkssport bij uitstek is de laatste jaren ook in Vlaanderen uitgegroeid tot een vaste waarde. Heel wat dorpspleintjes in Vlaanderen hebben tegenwoordig een petanquebaan, waar buurtbewoners het op warme zomeravonden tegen elkaar opnemen.

Naast petanque zijn er nog veel meer bolsporten. Meer nog: de bolsporten vormen zelfs een grote spelfamilie. In Vlaanderen alleen al worden er tal van lokaal-regionale, traditionele (spel)varianten beoefend. Bollen was vroeger zelfs zo in het leven van alledag ingebakken dat het sporen in ons taalgebruik heeft nagelaten, zoals “holderdebolder” en “bol het af”.

Traditionele bolsportvarianten

Bolsporten worden al eeuwenlang gespeeld. Per streek is een andere variant het populairst. Ook binnen een bepaalde bolsport kunnen er verschillende varianten bestaan. Zo zijn de spelregels bijvoorbeeld niet overal gelijk. Erg verwonderlijk is dat niet: de spelregels en de speltradities werden generaties lang mondeling overgeleverd van de ene op de andere generatie en werden pas in de laatste decennia in reglementen gegoten.

Gaaibol wordt vooral gespeeld in Oost- en West-Vlaanderen. Gaaibolders spelen op een bard. Dat is een houten hellend vlak. Op de bard zijn gaaien of houten balkjes vastgemaakt, waar de spelers van op een afstand van 12 tot 20 meter een bol naartoe rollen. Als de gaai geraakt worden, klappen ze om. In West-Vlaanderen en op de grens van Oost-Vlaanderen is trabol populair. Er bestaan nog steeds een aantal volkscafés, waar in het achterzaaltje een trabolbaan is ingericht. Het meest opvallende aan trabol is de blauwe en rode kleur van de bollen en de lengte van de uitgeholde bolbaan.

Van krulbol bestaan er twee varianten: dikke krulbol en platte krulbol. Platte krulbol werd vroeger vooral gespeeld tussen Gent en Oudenaarde, maar is vandaag de dag op sterven na dood. Dikke krulbol wordt ook nu nog in het Meetjesland gespeeld. Met meer dan 1000 regelmatige beoefenaars blijft deze bolsport er goed overeind. De naam krulbol verwijst naar de wijze waarop de bol over de grond in een ellipsvormige baan naar de staak (een stok in de grond) rolt. De bolders spelen in twee ploegen op een rechthoekige bolbaan. 

Curve bowls is een buitenbeentje onder de traditionele bolsporten. Deze van oorsprong Engelse volkssport werd namelijk pas in de jaren 1980 in Vlaanderen geïntroduceerd en wordt vooral in Limburg en Oost-Vlaanderen beoefend. Er bestaan veel verschillende varianten van. In Vlaanderen wordt de sport enkel op overdekte banen op een korte mat van 14 m gespeeld.

Vloerbol en trou-madame zijn nog enkele voorbeelden van de vele andere bolsporten die er bestaan.

Tradities van bolders

Elke bolsport heeft zoals aangegeven eigen speltradities. Zo duiden krulbolders bijvoorbeeld de score aan met een krijtstreepje op hun bol. Verder worden krulbolders bij kampioenschappen tegen elkaar uitgeloot, iets wat bij gaaibol niet voorkomt. Ook de technische kant van het bolsporten maakt deel uit van de speltraditie. De vorm en de samenstelling van een bolbaan zijn namelijk afhankelijk van de bolsport die er gespeeld wordt. Bij krulbol bestaat een buitenbaan uit los zand. Een binnenbaan bestaat uit verschillende lagen: een laag aangestampte aarde, daarop een aangestampte laag vermengd met kolenas en arduinstof en ten slotte een laag kolenas vermengd met arduinstof die men er los laat opliggen. Platte krulbolders dragen vaak turnpantoffels of staan blootsvoets op de baan om ze niet te beschadigen. De uitgeholde bolbaan bestond vroeger uit aangestampte aarde, roggemeel en koeienbloed. Vandaag bestaat deze baan uit stabilisé van Rijnzand, cement en een laagje koude asfalt.

Het belangrijkste wapen van een bolder is zijn bol. Die kan hij natuurlijk niet gewoon in een sportwinkel kopen en er bestaat ook geen aangepaste merchandising. Voor een bol moet een bolder bij een bollendraaier zijn. De enkele bollendraaiers die nu nog werken, zijn erg belangrijk voor het voortbestaan van hun specifieke bolsport, want zonder bol kan er uiteraard niet gebold worden. Bollen draaien is een arbeidsintensief werk, dat de nodige kennis en vaardigheid vergt. De grote bollen voor trabol worden bijvoorbeeld speciaal uit notelaarhout van dicht bij de stronk wordt vervaardigd. Bovendien zijn niet alle bollen gelijk. Ze worden bijvoorbeeld aangepast aan het speltype van de bolder. Bij krulbol worden ook speciale bollen gedraaid om mee te schieten. Een boltas is vaak handgemaakt en wordt op maat gebreid of gehaakt. Ook de truitjes van winnaars en de houten trofeeën in de vorm van een bol die bij de wedstrijden uitgereikt worden, zijn vaak handwerk.

Vroeger leerden kinderen meestal thuis of op straat bollen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat men wel eens zegt dat bollen in het bloed zit. Er bestaan heuse boldersdynastieën, waarvan grootvader, vader en zoon de prijzen aaneenrijgen. Tot voor enkele decennia was bollen een typische mannensport en eindigde de bolderscarrière van meisjes bij de puberteit. Het werd immers niet netjes bevonden dat een vrouw bijvoorbeeld op café bolde en ook de gebogen houding was niet vrouwelijk. Intussen is deze vrouwonvriendelijke traditie is helemaal verdwenen en kunnen ook vrouwen er lustig op los bollen.

Een aantal bolsporten was vroeger erg populair, onder meer omdat ze zonder al te grote moeite konden worden georganiseerd. Vaak werd gewoon op een pleintje of op een onverharde zandwegel gespeeld. Tijdens de zomer veel op straat gebold. Sommige van die straatbollingen groeiden uit tot grootse evenementen waar soms honderden bolders van heinde en verre op af kwamen. Bolspelen stonden natuurlijk ook steevast op het programma van de jaarlijkse dorpskermis. Tijdens de koude wintermaanden werd binnen gebold en meestal was dat dan in het achterzaaltje of de schuur van een café. Cafébazen stonden graag in voor de spelaccommodatie, want een bolbaan betekende extra klanten en dus ook extra inkomsten voor de zaak. Vandaag worden er geen echte straatbollingen meer georganiseerd: de straten zijn nu geasfalteerd en het verkeer is te hectisch. Er zijn ook maar enkele dorpsfeesten meer waarop er nog bollingen ingericht worden en heel wat cafés hebben de achterzaal met bolbaan intussen omgebouwd tot een veel lucratievere feestzaal.

Traditioneel wordt er nogal eens voor geld of voor prijzen in natura gespeeld. Vroeger waren de bedragen aanzienlijk en vormden ze soms een echte bijverdienste voor de bolders. Vandaag is het prijzengeld een eerder symbolisch bedrag.

Tegenwoordig zijn vooral wielrennen en voetbal populair. Opvallend is dat bolders zich aan deze volkssporten zijn gaan spiegelen en bepaalde gebruiken en rituelen op hun eigen manier in hun sport hebben overgenomen. Zo is er bij de (krul)bolders van het Meetjesland de traditie om een jaarlijks wereldkampioenschap en een Europees kampioenschap te organiseren. Het grappige is dat bollen maar in enkele landen voorkomt. In de praktijk worden er hoofdzakelijk interlands met Nederlandse bolders uit Zeeuws-Vlaanderen ingericht. De bolder die een dergelijk tornooi wint, is (terecht) een wereldkampioen, want het spel wordt elders bijna niet gespeeld. Nog een traditie die uit het wielrennen overgenomen werd, is dat de winnaar een regenboogtrui krijgt. Een clubkampioen mag de titel “koning” dragen en bij herhaaldelijk koningschap kan de kampioen zelfs “keizer” van de vereniging worden. Ook de schuttersverenigingen kennen deze traditie. Wanneer een bolder de koningsbolling wint, wordt hij met een ruiker in de bloemetjes gezet. Daarnaast krijgt de kampioen een trofee en/of een medaille. Elke koning wordt vereeuwigd, met de ruiker in de ene hand en de (winnende) bol in de andere hand. De foto komt dan naast die van de koningen uit het verleden in het clublokaal of naast de bolbaan te hangen.

Van boldersmaatschappijen naar koepelorganisaties

Vanaf de late 19de eeuw doken er zowel in steden als op het platteland talloze boldersmaatschappijen op. Hun uitvalbasis was meestal een (stam)café, waar ze hun favoriete tijdverblijf naar hartenlust konden beoefenen. Een café was verder ook ideaal als er een tornooi, teerfeesten, stoeten en dergelijke georganiseerd werd. Veel van de opgerichte maatschappijen waren geen lang leven beschoren. Het succes ervan was vaak afhankelijk van een enthousiaste enkeling of van de goodwill van de café-uitbater. Dat maakte de boldersmaatschappijen kwetsbaar en vele verenigingen stierven een stille dood. Sommige van de oude verenigingen hebben zich toch kunnen handhaven. Zo is er bijvoorbeeld de Koninklijke Boldersmaatschappij “De Ware Vrienden” uit Poperinge, die gesticht werd in 1910 en nog steeds trabol speelt. In Ename is er de Koninklijke Boldersvereniging "De vrije bolders Ename". Deze vereniging werd in 1899 opgericht en speelt sindsdien gaaibol.

Aan de andere kant is het verenigingsleven ook dynamisch. Waar er verenigingen verdwijnen, komen er soms ook nieuwe bij. Een groot aantal van de verenigingen hebben nog steeds hun vaste stek in een volkscafé. Wel valt op dat meer en meer volkssportverenigingen een eigen clublokaal beogen.

Anno 2009 hebben de meeste verenigingen zich georganiseerd in bonden en federaties, zoals bijvoorbeeld de Belgische Krulbolbond en de West-Vlaamse Trabol Federatie. Organisaties zoals deze zorgen er voor dat de afzonderlijke verenigingen een grotere slagkracht kunnen genereren en een betere ondersteuning genieten, zodat het voorbestaan van de clubs, maar ook van de sport an sich, beter gegarandeerd is.

LITERATUUR

http://www.vlas.be/

http://belgische.krulbolbond.vzw.in.evergem.be/

http://www.westvlaamsetrabolders.net/

Smulders, H., ‘Analyse van de ruimtelijke spreiding van de volkssporten in Vlaanderen: het uitsluitingsprincipe’, Volkskunde 84 (1983), nr. 4, p. 332-345.

Vanfleteren, E., Meetjesland krulbolt, COMEET/Erfgoedcel Meetjesland, Eeklo, 2006. (Erfgoed Leeft 01)

Vervaeke, G., Het West-Vlaams Trabolspel. Mijn passie, Drukkerij Verraes, Heule, 2002.