Boeddhistische initiatierituelen

Boeddhistische initiatierituelen

Het is onmogelijk om te spreken over dé overgangsrituelen in hét boeddhisme, omdat boeddhisme eerder een containerbegrip is voor heel wat stromingen. Ze gaan allemaal terug op de historische figuur van Siddhartha Gautama die leefde in de 5de-4de eeuw v.C., maar vertonen verder veel verschillen. Ruwweg zou men een opdeling in drie grote tradities kunnen maken: het theravada of zuidelijk boeddhisme, het mahayana of noordelijk boeddhisme en de vajrayanatraditie.

Binnen het zenboeddhisme zoals dat in België beoefend wordt, luidt de jukaiceremonie de overgang van adolescentie naar volwassenheid formeel in. Tijdens de ceremonie zitten de kinderen voor een klein altaartje waarop bloemen, een kaars, water en wierook staan als symbool voor de vier elementen: water, lucht, aarde en vuur. Daarnaast staat er ook een Boeddhabeeld op het tafeltje. De ceremonie wordt geleid door de leraar, die eerst over zijn eigen hoofd en dan over de hoofden van de kinderen wat water giet. Het water staat symbool voor de wijsheid van Boeddha. De leerlingen leggen daarvoor drie geloftes af: ‘Ik beloof te stoppen met het kwade. Ik beloof goed te doen. Ik beloof alle waarnemende wezens te bevrijden.'

De kinderen ontvangen een rakusu. Dat is een soort slabbetje waarop de volgende verzen staan:
'Wijds is het kleed van bevrijding. Een vormloos veld van mededogen. Ik draag de leer van Boeddha. Hoe talloos de levende wezens zijn, ik beloof ze allen te bevrijden.'

De kinderen krijgen tijdens het ritueel ook een nieuwe naam (hun dharmanaam) en een miniatuur monnikskleedje dat om de nek wordt gedragen. De ceremonie wordt bijgewoond door vrienden en familie en wordt gevolgd door een feest. Ook volwassenen kunnen het jukai ritueel ondergaan, waardoor ze binnen de zentraditie officieel boeddhist worden. 

LITERATUUR

Van Kerckhove C. en Vens, E. (Eds.), Overgangsrituelen, Standaard Uitgeverij, Antwerpen, 2010.