Aftelrijmpjes

Aftelrijmpjes

Om te beslissen wie mag beginnen met een spelletje of wie als eerste een bepaalde functie mag vervullen binnen een spelletje, worden er aftelrijmpjes gebruikt. Daarbij wordt iedere deelnemer, of bijvoorbeeld de rechtervoet van iedere deelnemer, op de maat van het aftelrijmpje met de vinger aangewezen. De persoon die wordt aangewezen op het moment dat het liedje stopt is ‘hem’, of is ‘hem’ net niet. Één van de meest gekende aftelrijmpjes is: “Iene miene mutte, tien pond grutte, tien pond kaas en jij bent de baas.” Degene die dan aan het einde van het rijmpje wordt aangewezen, is ‘hem’. Wanneer dit aftelrijmpje wordt aangevuld met: “maar jij kan de baas niet zijn, want jij bent nog veel te klein”, is degene die aan het einde van het rijmpje wordt aangewezen ‘hem’ niet. Dan wordt het aftelrijmpje herhaald tot er uiteindelijk slechts één iemand overblijft. Die overblijvende persoon mag dan als eerste beginnen of mag als eerste een bepaalde functie vervullen.

Andere aftelrijmpjes zijn bijvoorbeeld:

Iet wiet waait is eerlijk weg
Met kop door de heg
Met de kop door de muur
En jij bent zuur

Alle indianen
Schoten met bananen
Pif poef paf
Uw broek zakt af

1 2 kopje thee
3 4 pintje bier
5 6 kruk op de fles
7 8 soldaat op wacht
9 10 ik heb het zelf gezien
11 12 je bent hem zelf

Doe die vieze voet eens weg
Want hij staat in mijne weg

Inne minne makke
Oliekoeken bakken
Vrouw kookt brij
Af ben jij

Donald Duckske
Zat op een krukske
Krak, zei dat krukske
En weg was Donal Duckske