Advent

Advent

Vier weken voor Kerstmis begint de adventstijd. De term “advent” is afkomstig van het Latijnse werkwoord “advenire” en betekent “aankomen, arriveren”. De advent is met andere woorden de periode waarin christenen de komst en de wederkomst van Christus verwachten en voorbereiden. De oorsprong ervan ligt in het Oosten en de advent zou reeds gevierd worden sinds de vierde eeuw.

Tijdens de adventstijd zien we aan veel deuren, in veel huizen en in kerken adventskransen. Over de oorsprong van de adventskrans bestaat geen zekerheid. Het zou zelfs om een betrekkelijk jonge traditie gaan. De meest traditionele adventskransen bestaan uit groene takken met ofwel vier rode kaarsen en rode linten ofwel drie paarse kaarsen, één roze kaars en paarse linten. Het groen staat symbool voor het nieuwe leven, het rood staat symbool voor leven en liefde en het paars en roze staan symbool voor bezinning en inkeer. De vier kaarsen representeren de vier zondagen vóór Kerstmis. Gedurende de advent wordt iedere zondag één nieuwe kaars op de krans aangestoken. De vorm van de krans, een cirkel, verwijst niet enkel naar de eeuwige liefde van God, maar ook naar de kroning van Jezus. Tegenwoordig bestaan er verschillende soorten adventskransen, die soms nog weinig lijken op de traditionele kransen.

Naast adventskransen zien we ook dikwijls een adventskalender. Ook hiervan bestaan er verschillende soorten. De meest gekende én wellicht ook meest geliefde adventskalender is die waarbij iedere dag een luikje mag geopend worden, waarachter dan een chocolaatje en een afbeelding verscholen zitten.

LITERATUUR

Bock, E., De jaarfeesten als kringloop door het jaar: Advent, Kerstmis, Driekoningen, Lijdenstijd, Pasen, Hemelvaart, Pinksteren, Johannes- en Michaelstijd, Christofoor, Zeist, 1990.

Indesteege, L., 'Adventskrans', in: Limburgs Volkskundig Genootschap, Lapjesproef voor drie zussen, Concentra Media nv, Hasselt, 2004, p. 137.